Zo rood als een kreeft

0

MORTSEL – Je kent de uitdrukking wel: ‘zo rood als een kreeft’. Je krijgt dan een hoogrode gelaatskleur. Tijd om even stil te staan bij een tienpotig schaaldier, dat zijn scharen heeft aan het eerste paar poten. We maken er geen kreeftengang van, want dan gaan we achteruit, tenzij we de kreeft als eerste gang op ons menu willen zetten.

Stillevens blijven ons bekoren. We gaan terug naar de 17de eeuw. Jasper Geerards (vermoedelijk geboren in 1620 – overleden na augustus 1649 en voor 19 oktober 1654) was een Vlaamse kunstschilder die zich specialiseerde in stillevens en meer bepaald ‘pronkstillevens’. Hij leefde in Antwerpen en Amsterdam.

Uiteindelijk weten we heel weinig over het leven van deze Vlaamse meester. Rond 1620 zag hij het levenslicht. Hij kreeg een opleiding in Antwerpen en in 1634 stond hij geregistreerd in het Sint-Lucasgilde, het oudste broederschap van kunstenaars en ambachtslieden met Sint-Lucas als patroonheilige. Bij de leden van het ambacht vond men goudsmeden, schilders, glasmakers, houtenbeeldsnijders en zilversmeden.

In zijn werk zien we duidelijk de hand van zijn leermeester Jan Davidszoon de Heem. Het pronkstilleven met een kreeft hangt in het Museum Bredius aan de Haagse Hofvijver. Het doek werd herhaaldelijk gerestaureerd en aangepast. De Delftse vaas en de rozen werden later aan het pronktafereel toegevoegd.

Wie de kreeft in pronkstukken verwerkt, beschouwt het dier als een kunsticoon. Was dat altijd wel het geval? Voordat het een luxeproduct werd, was kreeft best betaalbaar, kostte bijna niets en werd in groten getale verorberd door de armen. Nu is het een sjiek schaaldier, een statussymbool op onze tafels. Lees het vouwblad van je lokale vishandelaar STELOY: de warme kreeftenbereidingen worden als zoete broodjes verkocht. Ooit was het anders. 150 jaar geleden werd de kreeft ‘de rat van de zee’ genoemd. Het kan dus duidelijk verkeren.

In de zeventiende eeuw bereikten de eerste Europeanen ‘New England’ en werden ze geconfronteerd met een overpopulatie kreeften. Historicus William Wood schreef in 1654 het volgende: “Hun veelvoud maakt hen onpopulair en zelden gegeten, behalve door de indianen die het lokaas eten als ze geen baarzen hebben gevangen.” Wat te doen met deze ongewilde ‘ratten van de zee’? Het antwoord: “gebruik ze voor gevangenen, bedienden, weduwen en kinderen.”

Wat doe je dan met de term ‘kreeftenrug’, de spotnaam voor de Britse soldaat tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog? Roodrok was eeuwenlang een spottende benaming voor een Brits soldaat, die een rode uniformjas droeg. De rode tenues werden vanaf het begin van de 18de eeuw tot in de tweede helft van de 19de eeuw massaal gedragen.

Britse soldaten waren op het slagveld duidelijk zichtbaar, maar de kreeftenrug verwijst naar de zweepslagen en het geselen van Britse soldaten. Bij het minste disciplinaire probleem kreeg de soldaat aardig wat slagen. De verwondingen op de rug zorgden voor de naam ‘lobsterback’ of kreeftenrug. Voor Britse koninklijke paleizen mogen dan de Britse Life Guards stoïcijns voor zich uitkijken, hun gala-uniform verwijst naar een niet zo fraai verleden.

De kreeft werd zelfs ingeblikt. Het bedrijf B&M (Burnham & Morrill) weet het vlees in 1836 voor het eerst in te blikken en introduceert het op de internationale markt, maar de kreeft wordt nog steeds geminacht en kost niet eens een vijfde van een blik gebakken bonen.

Ons hedendaagse beeld van kreeft als luxeproduct heeft veel te maken met de ontwikkeling van de Amerikaanse spoorwegen in de negentiende eeuw. Voor het eerst werden maaltijden aangeboden in treinen. Zo hervormden spoorwegbedrijven het imago van de kreeft tot een exotisch en hip product. De reizigers vonden het heerlijk en reisden zelfs helemaal naar Boston om zich vol te proppen met het schaaldier.

Rond 1880 ontdekken chefs het volledige smaakspectrum van de kreeft. Dat komt alleen tot zijn recht als het beest levend in kokend water wordt gegooid. In Boston en New York komen de rijkelui eindelijk uit hun schulp en besluiten de kreeft nog een kans te geven als gerecht, hun verfijnde palet waard.

Ons kreeftenverhaal mag dan Amerikaans klinken. In Bretagne komt de culinaire inspiratie uit de zee met geweldige oesters, schelpdieren en verse vis. Kreeft ‘à l’Armoricaine’ is uitgevonden aan de Côtes-d’Armor! Armorica is de naam die Bretagne in de oudheid had. De naam is van Keltische oorsprong (ar mor = de zee). Julius Caesar overwon tijdens de Gallische Oorlog de Keltische stammen van Armorica. Tegen de zeevarende stam van de Veneti moest hij een eigen oorlogsvloot mobiliseren. De Romeinen wonnen de zeeslag.

Onze kreeft maakte een wereldreis. Hoe het schaaldier uiteindelijk in de Oosterschelde terechtkwam, lees je later wel. Je lokale vishandelaar STELOY zal je zeker verrassen. De postiljon rijdt opnieuw voor en gaat op zoek naar de geschiedenis achter tapijt- en venusschelpen, kreukels, garnalen en langoustines.

Foto’s: Wikipedia, Eva Van Wichelen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here