Zet Linda nu toch de bok bij de geit? (1)

0

MORTSEL – Zet je de bok bij de geit of ga je met de geit naar de bok? In het najaar staan geiten bronstig. De dieren zijn dan bokkig, spelig, rits of runs. Ze zijn dan erg onrustig, kwispelen en mekkeren veel. Je gaat dus met de geit naar de bok en niet omgekeerd. Een populaire bok zou in de bronsttijd voortdurend onderweg zijn van de ene geit naar de andere. Dat kan je het dier niet aandoen, noch de bokhouder, noch de buren. Een bok op reis is niet te harden vanwege de stank. Er zijn weinig hobby’s die zo indringend geuren als het houden van geitenbokken. Geiten zijn echter gek op deze lucht. Een geit die moeilijk rits wordt, kan al geholpen worden door het werkpak van de bokkenhouder in de stal te hangen. Binnen de kortste keren is zij helemaal klaar voor de dekking. Linda zet de geit bij de bok en dat is maar goed ook.

Japanse wetenschappers hebben het onderzocht. Die verschrikkelijke bokkenlucht komt van de kop van de bok en brengt bij de geiten de vruchtbaarheidscyclus op gang. Met gecastreerde bokken is er dus geen land te bezeilen.

Het molecuul dat de Japanse onderzoekers vonden, is een seksferomoon: een signaalstof die bij de andere sekse de bereidheid tot paren bevordert. De Japanse snoodaards deden de bokken een hoofdkapje om en konden de geurstof opvangen. Het molecuul had bij de vrouwtjes het sterkste effect. Eens de lieve geitjes de geur in het snuitje kregen, gingen de hormonen aan het dansen.

Dat de bok heel wat op zijn kerfstok heeft, ontdekken we in onze taalschat. Wie de kool en de geit wil sparen, zal niet helemaal op zijn strepen staan. Hij zoekt immers naar een compromis. Je doet dan water bij de wijn of met andere woorden doe je aan ‘conflictbeheersing’.

Een politicus die de bokkenpruik op heeft, zit niet zo lekker in zijn vel. Hij is dan chagrijnig en daarmee geen prettig gezelschap. De uitdrukking dateert uit de achttiende eeuw, een tijd waarin nog veel pruiken gedragen werden.

Genoeg bokkenpraat, we gaan naar onze kleine Vlaamse keuterboeren. Die hadden zeker een geit op stal: de koe van de arme boer. Er is geen land ter wereld of de geit speelt er een rol. Geiten zijn in staat om zich in sobere omstandigheden heel goed te handhaven en voort te planten. Daarom werden zij vroeger vaak door arme mensen gehouden. Maar de geit is wel kieskeurig: zij eet graag gras, kruiden, groenten, plantenscheuten, bladeren en boomschors.

Een geit is voorzien van een melkfabriekje, de uier. Geitenmelk bestaat voor ongeveer 87% uit water en 13% droge stof. Deze droge stof is opgebouwd uit vetten, eiwitten, lactose en zouten. Het drogestofgehalte van geitenmelk is gelijk aan koemelk. Die droge stof voeren we uit naar Aziatische landen.

Geitenkaas is witter van kleur dan kaas gemaakt van koeienmelk. Geiten zetten immers alle caroteen (oranje kleurstof) om in vitamine A. De geitenkaas is lichter verteerbaar en daardoor geschikter voor zuigelingen en mensen met spijsverteringsstoornissen.

In het kaasreisje van Linda Wyckmans (Côté Sud) zitten verrukkelijke geitenkaasjes. Het verhaal begint 40 jaar geleden in het hartje van de Kempen. Paul D’Haene startte een boerderijtje in Westmalle. Hij wilde op biologische wijze groenten kweken, kippen en schapen houden. Al vlug schafte hij zijn eerste geit aan: Marie. De dame in kwestie kreeg het gezelschap van andere geitjes en geitenboerderij Polle was een feit.

Met de geitenmelk begon Paul verschillende kazen te maken. Onze boer zocht vrouw en Veerle kruiste zijn pad. Snel werd duidelijk dat Paul en Veerle het perfecte team vormden voor het creëren van heerlijke geitenkazen. Omdat de zelfgemaakte geitenkaasjes beter van de hand gingen dan de groenten, beslisten Paul en Veerle om definitief te starten met een geitenboerderij.

In Westmalle werd het snel te klein, waardoor het echtpaar in 1993 verhuisde naar het Kempense dorpje Lichtaart. De jongensdroom werd een moderne geitenboerderij met kaasmakerij. De hoeve telt nu zo’n 600 melkgeiten, die tweemaal per dag gemolken worden. Hygiënische melkwinning wordt gegarandeerd: een koeltank staat immers borg voor directe koeling van de melk tot 4 °C.

De melk wordt verwerkt tot diverse soorten kaas en andere nevenproducten. Deze worden bereid uit 100% zuivere geitenmelk die met de grootste zorg gewonnen wordt.  De kaasjes vind je bij Linda (Côté Sud).

Foto’s: © Ronny Mullens

Beeld: © Wikipedia

Tekst: Dirk Brentjens

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here