Yantra

0

Ze hadden de nachtboot genomen, vanuit IJmuiden naar Newcastle. Door de goedkope hut dicht bij de motor van het schip, maar weinig geslapen. Dus vertrokken zij die ochtend enigszins groggy richting Edinburgh. Een bleke ochtendzon en de Engelse oploskoffie deden wonderen. Ze besloten dan ook de snelweg te vermijden en de omweg door de heuvels te nemen. De mandalist had gehoord over een Tibetaans klooster, een bezoek aan dit klooster zou een omweg waard zijn. De bleke zon had inmiddels plaatsgemaakt voor mist en druilerigheid wat bij de mandalist een onmiskenbaar gevoel van mystiek teweegbracht. Het was alsof de raven van Odin er nog altijd waren en hen van grote hoogte nauwlettend volgden. Dit was het land van mooie namen, gelegen aan de buitengrenzen van het Oud-Romeinse Rijk. Zij reden door Dumfries and Galloway op weg naar Eskdalemuir. Een klein plaatsje waarvan de naam al alles zegt van wat het is. Het ligt verscholen in de moerassen van het dal van de rivier de Esk.

Al van ver wezen de gekleurde vlaggetjes hen de weg naar de Tibetanen, die hier kwamen wonen nadat de Chinezen hun land hadden bezet en de Engelse regering, vanuit een historisch schuldgevoel in navolging van India haar grenzen voor hen had geopend.

Toen zij na de laatste heuvel de tempel zagen, ontstond er bij de mandalist een euforisch gevoel. Het was alsof een ruimteschip dit gebouw uit de Himalaya had opgetild en zachtjes in deze heuvels had neergeplant. In niets meer deed het hem denken aan Schotland. Dit gevoel nam nog toe nadat hij de grote gebedsruimte betrad. Dit was een aanslag op zijn zintuigen. Alles was kleur, alles was schildering, alles was wierook, overal mandala’s … overal Boeddha’s. Ook de vloer was bedekt met veelkleurige kleden en kussens waarop je makkelijk kon zitten.

Dat deed hij dan ook … stil in een hoekje. Je mocht hier zijn onder de voorwaarde dat je het ritueel van de monniken niet zou verstoren. Hij zag de monniken binnenkomen en ieder naar hun eigen plaats gaan. Eerst was het stil alsof het wachten was op het juiste moment. En toen een, daarna twee en toen allen begonnen zij hun mantra’s te zingen. Hij kende de taal niet, maar hoorde alleen de klanken. Klanken die zich almaar bleven

herhalen. Een monotonie die hem tot rust bracht. Hij sloot zijn ogen en zag de klanken vorm worden en de vorm weer klank. Hij voelde zich een kind dat in een caleidoscoop mocht kijken terwijl zijn moeder wiegeliedjes zong …

Thuisgekomen zou hij zijn eigen mantra gaan zingen, maar omdat hij niet echt kon zingen, besloot hij een yantra te maken. De mantra en de yantra zijn in hun betekenis hetzelfde. Beide betekenen zij ‘weefsel’. Alleen in hun uitingsvorm verschillen zij. De mantra is een weefsel van klanken, geluid. De yantra is een schildering, een visuele verbeelding van een mantra.

De yantra is een mandala, maar een mandala hoeft niet altijd een yantra te zijn. Het is zoals met fruit en een appel. Een appel is altijd fruit, maar fruit hoeft niet altijd een appel te zijn. De yantra kenmerkt zich door een zuiver geometrisch patroon. Een veelvoorkomend motief wordt gevormd door twee elkaar doordringende driehoeken, waarvan de ene met de punt naar boven en de andere met de punt naar beneden staat. Dit motief komt echter niet alleen bij hindoes en boeddhisten voor. We herkennen het ook in de davidster.

Het bovenstaande motief werd uitgangspunt voor zijn yantra. Hij knipte kleine driehoekjes, die samen een weefsel van grotere driehoeken zouden vormen. Door elkaar lopend, zowel met de punt naar boven als met de punt naar beneden. Volgens de traditie binnen het hindoeïsme symboliseert dit patroon de vereniging van Shiva en Shakti, de god en de godin.

Maar, bedacht hij zich … dan kan het ook het mannelijke en het vrouwelijke zijn … licht en donker … hemel en aarde … boven en onder … links en rechts … leven en dood. Het ene kan niet zonder het andere bestaan en het andere niet zonder het ene. Juist uit tegengesteldheid wordt het nieuwe geboren. Harmonie is dus geen eenvormigheid, maar juist de vereniging van tegengesteldheid.

Deze dualiteit liet hij in heel zijn mandala doorwerken. De donkerte van de winter en het licht van de zomer. Het staande en het liggende. De bloemen van de lente en de vruchten van de herfst. Het vierkant en de cirkel …

Het is, dacht hij … de woorden van Jezus indachtig, misschien wel de grootste opgaaf voor deze tijd om onze vijand lief te hebben. ‘Wanneer gij in uw vijand uzelf herkent dan is vrede nabij.’

Ronaldvanbreemen@live.nl

lit. De mens en zijn symbolen Carl G. Jung

Geen posts om weer te geven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here