Vogels

0

‘Men kome, kome,
alle vogels moeten komen,
die op boerenerven
en in de groene bomen
in eind’loos aantal zwerven.
En pikt en knapt
de gerst en ’t graan,
en vliegt en snapt
in hof en laan, die hipt en tript
in bloemige wei
en stoeit en tjilpt
uw liedeke blij.’
(Aristofanus)

‘Wat is dat toch met vogels?’, vroeg Jona, ‘Ze komen steeds weer terug in je verhalen zoals nu weer in je verhaal over samenspraak.’

Ja, ze kwamen steeds weer terug in zijn verhalen. Maar niet alleen in zijn vertellingen, maar ook in de kamers van zijn ziel, zoals op de ‘zolder van heimwee’ en in de ‘keuken van verlangen’. Er waren altijd vogels, zoals mussen, groene spechten, een kerkuil en de slechtvalk. En heel vaak, heel vaak ‘dansende raven’. ‘En het roodborstje, papa!’ Oh ja, het roodborstje. Ooit had hij haar het verhaal verteld hoe het roodborstje aan zijn rode borstje kwam, want dat was immers niet altijd rood geweest. Het was maar een klein verhaal, maar wel zo’n verhaal dat men nooit meer vergeet. ‘Het was op een vrijdagmiddag in het uur van de dood, dat Jezus aan het kruis hing. Een klein bruin vogeltje had erbarmen, streek neer op het hoofd van de Messias en trok een doorn uit zijn hoofd. Een straaltje bloed gutste over zijn borstje. Uit dankbaarheid voor deze moedige daad zou zijn borstje voortaan rood zijn.’

‘Zouden de mensen nog weten wat tjilpen is? Je moet het hen maar eens vragen’ ‘Tja’, zei zijn broer, ‘zou het overal op de wereld hetzelfde woord zijn?’ De mandalist was altijd ietwat jaloers op de enorme kennis die zijn broer over vogels had en wat hij daar in zijn werkzame leven mee kon doen. Zoals deze week. Er zou een grote samenspraak zijn. Ornithologen van over heel de wereld kwamen samen in Breda. Er was bezorgdheid over een klein, bruin vogeltje. De huismus. Het schijnt er niet goed mee te gaan. Was dat alleen hier het geval, of overal? Want overal waar mensen zijn gaan wonen, wonen mussen. Huismus. En als het minder gaat met die huismus, wat zegt dat dan over onze manier van leven. Zijn de vogels niet de barometer, de graadmeter of thermometer van onze cultuur? Willen de mussen ons vertellen dat de mensheid koorts heeft?

‘Je maakt het allemaal weer veel te zwaar, papa’, zei Jona, ‘Wacht nu maar gewoon af. Je hoort het wel van je broer. Maar dat gedoe met die namen vind ik wel grappig hoor. Roodborst, huismus, torenvalk en kerkuil. Kerkuil, weet je nog, die sprookjesvogel uit ‘Labyrinth’ en ‘Harry Potter’. En Engeland? Weet je nog Engeland?’

‘Goh ja, maar dat jij dat nog weet’, zei de mandalist, ‘je was pas tien.’

De eerlijkheid van het verhaal gebiedt hem nu te bekennen dat hij het eigenlijk zelf ook niet meer wist, ware het niet dat zijn oude aantekeningen met het opruimen van de zolder in verband met de naderende verbouwing naar beneden waren gedwarreld.

Het was in Chichester, West Sussex op 10 augustus 1993.

‘Midden in een klein Engels plaatsje staat een 900 jaar oude kathedraal, de moederkerk van het bisdom Sussex. Nu is er een groot probleem met al die oude kathedralen. Ze zijn aan erosie onderhevig. Zon en wind, maar ook de alsmaar zuurder wordende regens (een groot probleem in die tijd). Van de scheikundelessen in zijn jeugd wist hij dat kalk en zuur niet goed samengaan. Maar goed … zure regen was niet het grootste probleem. Het waren de duiven. Duiven, duiven en nog eens duiven. Niet eens zozeer de duiven op zich, maar meer hun stront. Zure stront!

Zoals overal, werd ook hier aan elke kerkbezoeker verzocht om vrijwillig (edoch met zekere aandrang) een bijdrage te leveren aan onderhoud en instandhouding van het Godshuis.

Nu wil het verhaal, bekrachtigd met een kleine tentoonstelling van foto’s en krantenknipsels, dat de beste contribuant van de laatste jaren een kerkuil was geweest. De uil had voor een aantal jaren zijn intrek genomen, zich tegoed gedaan aan duiven (grappig, normaal eet en leeft hij vooral van muizen) en zo het gebouw voor een hoop stront gevrijwaard. Iemand had via een ingewikkelde berekening, uitgerekend wat zo ongeveer de besparing aan restauratiekosten moet zijn geweest. Heel veel dus …’

Nu ruim 25 jaar later, was de wereld anders dan toen. Hij zocht op het internet. Naar de groene specht in New Forest en naar de kerkuil in Chichester. Naar de krantenknipsels van toen. Er was geen uil meer te bekennen en ook van de uilenvriend van toen, de man die zo nauwgezet gerekend had, niets. Ach, dacht hij nu, ergens daar in Sussex zullen er vast nog wel mensen zijn … die het nog weten.

Maar wat dan wel? In het huis van toen vond hij nieuwe vrienden en andere vogels en een webcam; ‘The Sussex Ornithological Society is proud to present the Peregrine! (Falcon peregrinus)’ Wonderlijk, of ook weer niet want het gebeurde overal en als iets overal gebeurt, is het geen wonder meer. Ook hier hadden sinds het begin van deze eeuw, net als in de torens van Breda en Hoogstraten de slechtvalken zich genesteld. Het echtpaar Shaw is er maar druk mee. Foto’s, website en op mooie avonden gewoon live … vingerwijzingen, ‘Kijk … kijk, daar gaat ie!’

En dat tot de laatste dag tot het moment suprême, tot in het gedicht van Guillaume Apollinaire

‘Come to the edge, he said.
They said; we are afraid.
Come to the edge, he said
They came.
He pushed them … and they flew.’

ronaldvanbreemen@live.nl

Naschrift

Natuurlijk, de slechtvalk eet graag duiven, wat een besparing, verder vliegt hij sneller dan de mandalist in zijn stoutste dromen zou durven. De foto is gemaakt door David Shaw en de valken van Chichester zijn live via webcam te volgen.

www.chichesterperegrins.co.uk

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here