Veel te goed is half zot

0

De diverse overheden in ons land hebben de voorbije jaren ontzettend veel inspanningen gedaan om het openbaar vervoer en het fietsverkeer te bevorderen. Er werden aantrekkelijke fietspaden aangelegd over rustige wegen en zelfs in stedelijke gebieden. Dankzij het knooppuntensysteem kan je Vlaanderen doorkruisen via brede, makkelijke paden en hoekjes verkennen die voor automobilisten verborgen blijven. De fiets is een gegeerd product geworden en een vriend van mij, die zich gespecialiseerd heeft in camerabewaking, heeft dit op een zeer merkwaardige manier ondervonden. Ik mag u dit verhaal niet onthouden.

De fietsen die vandaag te koop aangeboden worden, doorstaan – in waarde – niet meer de vergelijking van enkele jaren geleden. Gewone mensen moeten vandaag toch al een behoorlijk bedrag gespaard hebben om een moderne, lichtgewichtfiets te kunnen kopen. Maar de belangstelling blijft stijgen. Mijn vriend Tom, die een bedrijf in camerabewaking heeft, vertelt mij volgend verhaal.

Zekere dag krijgt hij van een fietsenwinkel uit de Kempen een telefoontje met dringend verzoek advies te geven over hoe de fietsenzaak het groeiende aantal fietsendieven kan indijken. Tom gaat op verkenning en stelt vast dat de fietsenwinkel in kwestie via verschillende ingangen kan betreden worden. Bovendien is er een grote glaspartij die gemakkelijk aan gruzelementen kan gebracht worden met een of ander grof geschut. Er wordt een offerte gemaakt en korte tijd later krijgt hij toestemming om de winkel zowel van ontmoedigende camera’s als van verborgen camera’s te voorzien.

De aanrijding

Enkele dagen later zit Tom zich hopeloos te ergeren in de file. Rechts van hem steken de fietsers hem voorbij. Plots gooit een fietser zich voor zijn wagen. De fietser zelf weet op tijd van de fiets te springen en zich aan de zijkant te zetten. Tom schrikt zich een ongeluk, drukt het rempedaal in, maar kan niet verhinderen dat hij over de fiets rijdt. Hij stapt uit, totaal uit zijn lood geslagen en vraagt of met de fietser alles in orde is.

‘Wat gebeurde er toch’, vraagt hij de fietser.

‘Ik weet het niet zeker’, antwoordde hij, ‘ik gleed uit of zoiets en mijn fiets kwam onder je wagen terecht. Gelukkig kon ikzelf nog tijdig opzij springen.’

‘Heb je je bezeerd op een of andere manier?’

‘Neen, ik heb niets, maar … euh … ik ben wel mijn fiets kwijt.’

Zijn fiets lag helemaal onder de wagen van Tom, die mits enige inspanning de totaal verhakkelde fiets vanonder zijn wagen peuterde. Hoewel hem geen enkele fout treft, voelt hij zich toch een beetje schuldig.

‘Kom’, zegt hij tegen de jongeman, ‘we rijden naar de dichtstbijzijnde fietsenwinkel en je krijgt van mij een andere fiets.’

‘Ja … maar, dat …’, stotterde de man.

‘Niets van, laten we naar de dichtstbijzijnde fietsenwinkel gaan, ik bied je een nieuwe fiets aan.’

Bij een fietsenwinkel in Lier vinden ze een uitstekende fiets die zelfs nog een beetje gelijkt op de fiets die hij “overreden” had. Wanneer de fietsenhandelaar het verhaal hoort, doet hij een inspanning en geeft Tom een fikse korting. De jongeman die er een uur geleden nog zo beteuterd bijliep, glundert. Tom wenst hem goede reis, maar geeft hem wel de raad in de toekomst wat voorzichtiger te zijn.

Inbraak

De man met de nieuwe fiets is pas vetrokken wanneer Tom een sms’je krijgt van de fietsenwinkel waar hij onlangs camera’s voor de bewaking van de zaak geïnstalleerd heeft. De zaakvoerder roept: ‘Tom, we hebben prijs.’ Er is in de fietsenwinkel ingebroken en de volledige diefstal is perfect gefilmd door de camera’s. Tom haast zich naar de fietsenzaak om de beelden te bekijken en laat een geweldige, vloekende kreet. Wat is er te zien op de beelden? De man die de inbraak gepleegd heeft, is niemand anders dan de fietser die diezelfde dag nog aangereden werd.

Plots is alles voor Tom heel duidelijk. De jongeman wiens fiets hij overreden had, was geen slachtoffer, maar een oplichter. De fiets die tot een brokstuk was herleid was gewoon een gestolen fiets en door dit bruuske manoeuvre was de jongeman erin geslaagd Tom een nieuwe fiets af te persen. Die jongeman was helemaal niet weggegleden, die had gewoon zijn fiets onder zijn auto gesmeten, in de hoop dat hij zou vergoed worden. Tom was als de eerste de beste naïeveling in de val gelopen. Hij had hem een nieuwe fiets gekocht en niemand kon de dief nog beschuldigen van diefstal.

Voor het geval het nog bewezen moest worden: veel te goed is half zot.

Frank Blatt

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here