Bruno Vanden Broecke en Stefaan Van Brabandt hernemen ‘Socrates’

1

Binnenkort kan je weer gaan kijken naar Socrates, de monoloog over – jawel – Socrates, geschreven door Stefaan Van Brabandt en gespeeld door niemand minder dan Bruno Vanden Broecke. Socrates is het eerste stuk in een reeks monologen (en een dialoog) over bekende filosofen waaraan Stefaan Van Brabandt, zelf Master in de Wijsbegeerte, volop werkt. De tweede monoloog, Marx, met Johan Heldenberg, is eind dit jaar ook al aan zijn tweede tournee toe. Volgend seizoen verwachten we in Vlaanderen ook nog Spinoza met Han Kerckhofs.

De hoeveelste keer hernemen jullie het stuk nu?

Stefaan – We zijn nu aan onze vierde tournee toe en hernemen dus voor de derde keer. De eerste tournee dateert van 2015. Het is zeker onze de bedoeling om er een soort van never ending tour van te maken.

Bruno – Stefaan heeft al stukken geschreven over andere filosofen en er volgen er nog anderen. Het zou mooi zijn als het een soort van karavaan van toneelstukken zou kunnen worden.

Stefaan – We willen Socrates in elk geval blijven spelen. Waarom niet in Frankrijk, bijvoorbeeld? Als jij dat tenminste ziet zitten, Bruno.

Bruno – Zeker, we hebben al wel eens in Brussel gespeeld, maar dat was nog in het Nederlands met Franse boventiteling. Dat is niet ideaal voor een monoloog want dan zitten de mensen de hele tijd boven je hoofd te kijken.

Stefaan – Het zou wel leuk zijn in combinatie met Marx: dat stuk is al vertaald naar het Frans en gaat binnenkort ook in Frankrijk spelen.

Bruno – Oh, graag!

Spreek je goed Frans, Bruno?

Stefaan – Hij kent alles! Duits, Latijn, Frans, … Hij zou Socrates zelfs in het Grieks kunnen doen.

Bruno – Ik ken geen Nieuwgrieks, maar ik zou het wel kunnen leren. Het zou in elk geval top zijn om Socrates in Athene op te voeren, in mijn trainingsbroekske. ‘Kalimera!’ (lacht)

Hoe vaak spelen jullie dit keer?

Stefaan – Vijf keer, de eerste keer is in de School voor Comparatieve Filosofie. Dat wordt een belangrijke, want daar zitten allemaal filosofen in het publiek. Daarna spelen we in Kaleidoscoop in Mortsel en in de Arenbergschouwburg in Antwerpen. In december volgt trouwens ook Marx nog eens in de Arenberg.

Hoe omschrijven jullie het stuk zelf?

Bruno – Stefaan is er eigenlijk in geslaagd om op een heel bevattelijke, heldere en juiste manier het leven van Socrates te beschrijven en voelbaar te maken wat hij heeft gedaan in zijn leven. Veel mensen hebben bij filosofie het idee van hoogdravend gepraat, boeken lezen, studeren, enzovoort. Ze hebben er een heel rationeel idee over, terwijl Socrates eigenlijk het tegenovergestelde deed. Hij was geworteld in het dagelijkse leven; hij was heel vaak buiten en knoopte gesprekken aan met de mensen. Hij probeerde dus op een heel moderne manier mensen tot inzicht te brengen over zaken die zij als vanzelfsprekend beschouwden. We veronderstellen dat dat in die tijd baanbrekend was.

Stefaan – Als je bijvoorbeeld kijkt naar Epicurus: die kan je in feite bekijken als een soort goeroe of sekteleider. Hij had in elk geval een hele reeks aanhangers en volgelingen. Maar Socrates heeft zelf niets geschreven en daarin onderscheidt hij zich wel van andere filosofen. Hij was een heel volkse figuur en sprak waarschijnlijk ook alleen de volkstaal. Vandaar ook het Socratische Probleem: niemand weet eigenlijk waarvoor hij écht stond of wie hij was als persoon. Dat maakt hem een beetje zoals Jezus – die heeft zelf ook niks geschreven en ook over Jezus zijn er verschillende verhalen. Nog een andere parallel met Jezus: Socrates was de eerste martelaar van de filosofie. Hij moest de gifbeker drinken omdat hij zijn overtuiging niet wilde ontkennen.

Het stuk gaat in feite over de laatste uren voor de dood van Socrates. Bruno heeft zelf ook meegeschreven en ook Wannes Gyselinck (publicist, theatermaker en doctor in de Oudgriekse Letterkunde, n.v.d.r.).

Bruno – Maar Socrates is wel echt Stefaans kindje, hoor.

Je bent dus meteen begonnen met Bruno in je hoofd als Socrates?

Stefaan – Sowieso

Had je ook voor de andere stukken al meteen een idee wie de filosoof in kwestie zou vertolken?

Stefaan – Meestal wel, Marx, met Johan Heldenbergh, is een ietwat apart verhaal. Spinoza bestaat ook al, met Han Kerckhofs – dat stuk komt volgend jaar naar Vlaanderen. Daarna komt Sartre en de Beauvoir – dat wordt een dialoog met Frank Focketyn en Sien Eggers en dat ga ik echt schrijven met hen in mijn hoofd. Mensen zullen denken: “dat wordt lachen”, maar ik wil hen toch een andere kleur laten aannemen. Sien kan ook een heel andere rol spelen dan bijvoorbeeld die van mevrouw Protut. Al is het ook leuk dat mensen de associatie met pakweg Het eiland of In de gloria maken – dat maakt het hopelijk laagdrempelig.

Bruno – Dat vind ik ook zo mooi aan de teksten van Stefaan: de drempel is laag – niemand voelt zich uitgesloten, maar toch ligt de lat van de boodschap wel hoog.

Stefaan – Het is de bedoeling dat je alles waarvoor de filosoof staat, kan afvinken, zonder dat je jargon hoort. Het heeft dus ook wel iets educatiefs.

Toch is het vast niet alleen de bedoeling om een biografie te brengen. Wat willen jullie nog bereiken?

Stefaan – Het moet een gebeurtenis zijn. Bruno speelt het ook echt ‘hier en nu’, alsof het geïmproviseerd is en hij het ter plekke uit zijn mouw schudt. Het mag geen klassiek, zwaar toneelstuk zijn. Ik wil dat het levendig is en dat het publiek aan het lachen wordt gebracht, maar ook dat mensen aan het denken gezet worden. Ik kies natuurlijk ook die figuren eruit die een heel dramatisch of tragisch leven hebben gehad. Zeker Marx – dat was de ene tragedie na de andere. Socrates ook – vooral het feit dat hij de gifbeker moest drinken vanwege zijn overtuigingen, maar er zijn nog wel wat andere incidenten gebeurd in zijn leven. En Sartre en de Beauvoir, die liefdesrelatie, … Het zijn toch altijd mensen die ook dramatisch interessant zijn.

Bruno – Het zijn ook stemmen die in deze tijd heel welkom zijn. Het heeft actuele relevantie.

Het educatieve aspect dat je vermeldde, gaat dus niet alleen over het leven van de filosofen zelf, maar ook over het ‘opvoeden’ van het publiek?

Bruno – We willen niet met het vingertje wijzen, maar het is een verademing om de mensen nog eens op hun gemak anderhalf uur te laten luisteren naar – letterlijk – zinnige dingen. Theater is daarvoor een heel mooie vrijplaats.

Stefaan – Het is ook de basishouding van de filosofie, en van het denken überhaupt, om te vertrekken van een besef van het ‘niet weten’. Dat gold zeker voor Socrates, de oervader van de filosofie en de belichaming van het filosofische ideaal. De filosofie wil alles blijvend in vraag stellen en het oordeel opschorten. Een viering van de twijfel, zou je het eigenlijk kunnen noemen. In tijden van oneliners op Twitter enzovoort, is het niet slecht om af en toe aangezet te worden tot afstand en reflectie.

Met welke invalshoek benaderen jullie de figuur van Socrates?

Stefaan – Het leven van Socrates situeert zich in Athene, 2400 jaar geleden. Hij had in feite geen beroep; hij was zelfs een beetje een ‘clochardtype’. Hij gaf niet om uiterlijkheden, maar was toch zeer invloedrijk, ook bij de aristocratische jongeren die vaak door de sofisten werden opgeleid voor een carrière in de politiek. Heel veel jongens waren ook verliefd op hem. Door zijn wijsheid, zijn optreden en zijn charisma had hij een enorme aantrek.

We geven in het stuk wel een ‘veelkantige’ schets, maar we blijven overwegend positief. Toch zijn er ook veel mensen die hem afschilderden als de dorpsgek. In sommige teksten over hem wordt hij helemaal niet opgehemeld zoals Plato dat bijvoorbeeld wel deed.

Bruno – Als hij niet meer was geweest dan de dorpsgek, dan hadden we nu ook niets meer van hem gehoord.

Waar zit precies de link tussen jullie tweeën en waarom heb je voor Bruno gekozen als Socrates, Stefaan?

Bruno – Wij kennen elkaar al ongeveer 20 jaar.

Stefaan – Ik wilde met de theaterreeks chronologisch beginnen – dus bij Socrates en ik dacht meteen aan Bruno. Hij is een fantastisch acteur en we zijn ook heel goede vrienden. Onze referentiekaders zijn heel verwant; we moeten eigenlijk niet veel meer zeggen tegen elkaar (lacht). Bruno heeft soms wel andere voorkeuren en soms voegt hij ook zaken toe. In het begin ben ik altijd een beetje lastig als iemand iets verandert, maar nadien moet ik altijd toegeven: “verdorie, je had gelijk, het is beter geworden”.

Bruno – We zijn in die zin inderdaad zeker complementair. Ik ben zelf ook Klassiek Filoloog en ik vind het dan ook fantastisch om letterlijk 23 jaar nadat ik ben afgestudeerd nog eens iets in die sfeer te kunnen spelen. Met Socrates kwam alles voor mij heel mooi samen.

Is Socrates jullie ‘idool’?

Bruno – Ik ben niet zo voor de idolen, eigenlijk (lacht).

Stefaan – Mensen met idolen dolen.

Anders gezegd, zou je hem een ‘toffe pee’ gevonden hebben?

(het blijft even stil)

Stefaan – Ik denk dat hij toch wel iemand was die onaangenaam kon zijn. Hij werd ook ‘de man met de stierenkop’ genoemd dus hij zag er niet uit en het was ook iemand die mensen de hele tijd aansprak, maar niet alleen dat: hij viel hen ook lastig. Ik zou waarschijnlijk ook wel hebben gezegd: “laat mij een keer met rust”. Hij deed zich ook wel voor als onwetend, maar de vraag was of dat was uit onwetendheid, en of het niet eerder ironisch was. Was hij misschien wel de grootste sofist? De sofisten beweerden dat je je redenaarstalent kan gebruiken om je argumenten zo voor te stellen dat mensen ze sowieso voor waar aannemen. Socrates vertrok altijd van de omgekeerde weg, uit het twijfelen, maar hij bracht de mensen toch altijd wel op het punt waar hij ze wilde hebben.

Bruno – Er zit zeker wel een sofistisch kantje aan.

Stefaan – Er zijn inderdaad bibliotheken volgeschreven over de vraag of hij nu een supersofist was of niet.

Hoe pak je het aan om die verschillende visies te combineren in één toneelstuk?

Stefaan – Ik heb me gebaseerd op de filosofenbiografie van Diogenes Laërtius, waarin heel veel anekdotiek en roddels zitten verwerkt, maar ook op Plato, en ik heb met professoren gesproken enzovoort. Uiteindelijk valt al die informatie wel samen tot één gebald samenhangend stuk. Qua structuur heb ik me gebaseerd op de Apologie (de weergave door Plato van de redevoering die Socrates hield voor de jury die zou beslissen over zijn lot, n.v.d.r.) en dat was wel heel dankbaar. Bij Marx was dat bijvoorbeeld veel moeilijker omdat die zelf zoveel geschreven heeft.

Bruno – Er is een groot verschil tussen heel je leven rondlopen en mensen vragen stellen en jezelf zo ten dienste stellen van de methodiek, of inderdaad, zoals Marx, een waanzinnig volume aan boeken neerpennen. Een Marx is veel moeilijker terug te brengen tot één monoloog; dan moet je veel meer keuzes maken, en toch proberen alles mee te nemen.

Denk je dat Marx bijvoorbeeld makkelijker te bevatten is voor het publiek, omdat hij een veel recentere figuur is?

Stefaan – Wat Socrates zegt, appelleert echt aan iedereen, ook vandaag, omdat het zo universeel is. Het is ook belangrijk om aan een bepaalde grondhouding herinnerd te worden, niet alleen van filosoferen, maar ook een manier van in het leven te staan. Hij was ook een moralist die een bepaalde levenswijze propageerde: “wat is het goede leven, wat is het goede samenleven, op basis van welke waarden en idealen wil je je leven leiden?” Het zijn vragen die vandaag meer dan ooit relevant zijn én voor een groter publiek dan ooit. Wat vroeger gold voor één procent van de bevolking die kon lezen en schrijven, daarmee kan nu iedereen zich bezighouden. Socrates was zelf trouwens waarschijnlijk ook een analfabeet.

Ook omdat het overkoepelende kader van zingeving en wereldverklaring – religie – vandaag voor een groot deel is weggevallen, kan filosofie misschien nu een referentiekader worden, zoals bijvoorbeeld esoterie, om toch nog wat structuur en houvast te geven. Daarom is Socrates ook een soort gids.

Wie is jullie gedroomde publiek?

Bruno – Zo breed mogelijk, oude mensen, jonge mensen, iedereen. Ik vind het altijd super om een mix te zien van grijze en kale kopjes en oplichtende gsm-schermpjes van jonge mensen.

Welke filosofen volgen er nog?

Stefaan – Eerst Schopenhauer en daarna Nietzsche, maar daaraan moet ik nog beginnen te schrijven. De volgorde verandert af en toe ook wel.

Bruno – En Kierkegaard?

Stefaan – Ja, ik durf het bijna niet te zeggen … Da’s zo’n moeilijke dat ik hem ook wat opschuif, maar ook omdat er zoveel andere invloeden zijn. Marx is bijvoorbeeld veel vroeger gekomen dan gepland – dat kreeg eigenlijk vorm na een gesprek op café en toevallig zou het vorig jaar zijn tweehonderdste verjaardag geweest zijn. Ik wil me ook niet te hard vastzetten.

Bruno – De muze bewandelt soms andere paden! Maar het heeft ook te maken met beschikbaarheden en agenda’s, natuurlijk. Er komt heel wat bij kijken, maar de onderneming op zich is echt fantastisch. We zijn begonnen in 2015 en we zitten al aan drie stukken, dus je hebt om het seizoen al een monoloog gemaakt, dat is ongelofelijk.

Stefaan – Het is op zich niet de bedoeling dat het zo snel gaat, omdat er ook nog andere dingen zijn waarmee ik bezig ben, maar ik wil er zeker een bepaalde continuïteit insteken.

Tot slot nog iets anders … Als je zou moeten kiezen tussen tv, film en theater, wat zou je dan kiezen?

Bruno – Voor mij zeker toneel. Het liveaspect ervan en de energie die het genereert bij het publiek als je met iets leuks bezig bent, is nergens mee te vergelijken.

Stefaan – Ik speel zelf niet meer, maar ik vind theater toch ook iets speciaals. Ik ben zelf elke keer nog nerveus als er een voorstelling aankomt, ook al sta ik zelf niet meer op het podium. Daarnaast ben ik zelf ook een grote filmfan, dus iets met film doen is voor mij zeker ook nog een grote droom, maar ik schrijf ook graag. Elk medium heeft zijn eigenheid en ze kunnen elkaar ook beïnvloeden.

Dat geloven we graag. Bedankt heren, en veel succes!

Socrates loopt op 19 september in Kaleidoscoop en op 24 september in de Arenbergschouwburg. Marx kan je bekijken op 5 december in de Arenbergschouwburg. Tickets bestel je via www.kaleidos.be en www.arenbergschouwburg.be. Meer info vind je op www.stefaanvanbrabandt.com.

Foto’s: © Bart Grietens

1 REACTIE

  1. De Kierkegaard-kenner van de Benelux is Johan Taels. Hij kan Deens en heeft als één van de eerste de bronteksten vertaald. Die kan je wellicht helpen erdoor te ploeteren. Mocht het je interesseren, mijn vriend heeft zijn contactgegevens. Hij schreef vorig jaar ook zijn scriptie over Kierkegaard, begeleid door Johan Taels, en wil die gerust met jullie delen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here