Plastic

0

Steenoud zijn we. Opgegroeid met zinken emmers, teilen en badjes, met linnen draagtassen, met schoenen volledig uit leer en rubber, met koffers uit karton, met houten en metalen speelgoed, met glazen flessen en metalen brooddozen. Sinds het begin van de ‘Plastic Age’ na de Tweede Wereldoorlog is zoveel plastic geproduceerd, dat de aardbol zes keer met plastic zakjes kan worden ingewikkeld. Polymeren, synthetische langeketenmoleculen: in 2015 werd er wereldwijd minstens 320 miljoen ton geproduceerd. Bij de productie en het verbranden van plastic komen schadelijke chemicaliën in de lucht terecht, waaronder CO2. Tot voor kort hielden de ontwerpers van polymeerproducten nauwelijks rekening met wat ermee zou gebeuren na het einde van hun levenscyclus. Vergelijk het met kernafval. Kernenergie was aanvankelijk ook de oplossing voor alles.

De lange ketens met duizenden schakels zijn afkomstig van petroleum of aardgas. Ze hebben belangrijke fysieke eigenschappen, zoals kracht en stevigheid, die kortere moleculen niet kunnen evenaren. ‘Plastic’ is in feite een afkorting van ‘thermoplastic’, een term die polymeermaterialen beschrijft, gevormd en veranderd door hitte. Die moderne industrie is gestart door Wallace Carothers bij DuPont in de jaren ‘30 van de vorige eeuw. Nylon werd toen gecommercialiseerd, toen een tekort aan zijde in de oorlog vrouwen dwong te zoeken naar alternatieven voor hun panty’s. Ook andere materialen werden schaarser tijdens de Tweede Wereldoorlog en wetenschappers zochten naar synthetische polymeren om de gaten te vullen. De aanvoer van rubber kwam bv. in het gedrang en er werd een synthetische variant ontwikkeld. De snelle commercialisering zette zich door, om het gewicht van producten te verminderen en goedkope alternatieven te creëren voor natuurlijke materialen als cellulose of katoen.

Luxe, vooruitgang. De diverse soorten polymeren vertonen echter ook ernstige gebreken. Ze breken pijnlijk traag af, waardoor ze eeuwen blijven overleven in het milieu. Intussen kunnen ze uiteenvallen tot micropartikels door de werking van golven of de wind en ingeslikt worden door vissen en andere dieren. Zo kunnen ze via de voedselketen terugkomen tot bij ons. De belangrijkste bestemming van plastic is bekend: 36% voor verpakking; 16% voor de bouwindustrie; 15% voor textiel, de zgn. synthetische kleding. Nu kunnen we het nut van pvc-buizen en schuimisolatie niet negeren. Het gebruik van polymeren in auto’s zorgt voor een lager gewicht van onze auto’s en dat betekent brandstofbesparing. Indien de consument door gedragsverandering de dreiging wil bezweren, zou dat best kunnen door het gebruik van ander verpakkingsmateriaal en natuurlijke kleding. Het vermijden van die honderden plastic zakjes per jaar en de keuze voor duurzame kleren, kan de zware belasting op het ecosysteem halveren. Veel meer dan de Ocean Cleanup die de troep uit de eindeloze oceanen moet plukken.

Net als met auto’s. Eerste fase: gelukzalig dwepen met het comfort. ‘M’n auto, m’n vrijheid’. Laatste fase: irritatie, overlast, druk op de gezondheid, gevangenschap op de snelweg en de Ring. Dus: afwegen, afbouwen, zoeken naar evenwicht en alternatieven. Anders stikken we erin. Ik zie u weldra in uw katoenen T-shirt op uw leren sandalen met uw linnen draagzak in de supermarkt. Uw perziken zitten in papieren zakjes. “I’m sure that love will never be a product of plasticity”, zong Frank Zappa in “Plastic People”.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here