Peter De Voecht: Slachtvlinders

0

Je hebt twee soorten recensenten: zij die een hekel hebben aan debuten (te snel hun manuscript bij de uitgever aangeboden en de laatste tijd meer en meer het geweigerde boek uitgebracht in eigen beheer (= euro’s)) en de nieuwsgierigen onder ons die hopen op een verrassing, een ontdekking, een relevantie, een overrompeling.

Peter De Voecht (°1982) zit met zijn debuut Slachtvlinders tussen twee stoelen. Men kan hem moeilijk een debutant noemen, zijn uitgever noemt hem een veelschrijver en de uitgever, de Nederlandse In de Knipscheer is allesbehalve een sjoemelaar. Van hem verschenen verder De vrouw van de schilder en Dwarrelstad.

Peter De Voecht is doctor in de Amerikaanse Letterkunde. Hij doceert proza aan de SchrijversAcademie in Antwerpen en de Academie van Mortsel. Hij publiceert proza en poëzie in verschillende literaire tijdschriften, waaronder Deus Ex Machina, Het Liegend Konijn, Extaze, Kluger Hans, Weirdo’s, Gierik & NVT.

Moeilijke lectuur

Het verhaal, want het is finaal toch een roman, is gesitueerd in een door een oorlog vernielde stad. Hoofdpersonage is een schrijver, Eric Döppeler, die kanker zou hebben en getrouwd is met Viola en er een minnares zou op nahouden. Verder is er nog een personage, kortweg E. genoemd die op straat in elkaar wordt geslagen en in een kliniek op bezoek gaat bij zijn achtjarig zusje Ellis, dat aan kanker lijdt.

Wat meteen opvalt, is dat personages zowel met de ik-vorm als met de derde persoon worden beschreven. Omdat de personages hun vorm verliezen en in elkaar overgaan? De pompeus schrijvende Döppeler wordt geconfronteerd met een journalist en men zou zich kunnen afvragen of hij een en ander van zijn onvatbaarheden verzonnen zou hebben. Of hebben we dat verkeerd begrepen?

Herman Brusselmans, die ooit debuteerde als recensent in de krant De Morgen (later gebundeld in zijn De geschiedenis van de wereldliteratuur), noemde in zijn bespreking in Playboy deze Slachtvlinders “een dystopische roman”. Geen gemakkelijk woord voor geen gemakkelijk boek.

Of de boodschap van Peter De Voecht en van zijn generatie overeenstemt met die van de thans reeds van het einde van de 20ste eeuw gezette burgers, valt nog te bekijken. Een personage als Döppeler, zoals beschreven door De Voecht, vertoont nog wel enige karaktertrekken, fysisch en psychologisch van de reeds archaïsche homo germanopratensis, maar we zullen op méér getuigenissen moeten wachten, voor we zekerheid vinden.

De lectoren van de Uitgeverij In de Knipscheer hebben op het schutblad het boek ‘een kruispunt tussen A Clockwork Orange en The Road’ genoemd. Omdat je kleine zus, het laatste lichtpunt in je bestaan, met longkanker in het ziekenhuis ligt? Even controversieel? De naaktscène? Het gewelddadige? Een verpletterende satire op de toekomstige maatschappij?

Het thema is van morele aard. Als door een dwanggedachte schijnt de auteur getroffen te zijn door de vraag naar het open of gesloten staan voor de ‘anderen’. De Voecht ziet het als een existentieel vraagstuk. Nieuw is dat niet: Jean-Paul Sartre en Gabriel Marcel hebben zich er ook mee beziggehouden.

Toegankelijk of dicht voor de medemens? De schrijver stelt zijn personages voor dit probleem. De zeer dunne, maar betekenisrijke intrige speelt in een donkere versie van Antwerpen, waar oorlog voortdurend op de loer ligt en waar het onverbiddelijke ritme van eindeloze herhaling de scepter zwaait.

Duchtig beukt de wereld in op het zelfvertrouwen, die minachting voor de Andere, die hoogmoedswaanzin van Döppeler. De wijze waarop De Voecht zijn personages oplossingen laat kiezen wijst op de morele zin van de schrijver, die geen defaitist wenst te zijn, maar doet wat gedwongen aan.

Heeft men Slachtvlinders van zijn morele betekenis ontdaan, blijft dit een sterk werkstuk. Vooral de oproepingskracht van de taal is groot …

“Een miniem ogenblik hangt ze tussen deze wereld en de wereld waar ze vandaan kwam, om dan te beseffen waar ze is en naar me te glimlachen. Ze steekt haar dunne armen naar me uit en ik neem haar in bescherming, leg mijn armen als vraagtekens rond een uitdovende zon, kus haar voorzichtig op haar koortswarme wang. Haar adem ruikt naar doffe rozen.”

Het verhaal ontwikkelt zich traag en beklemmend in een druilerige sfeer van mist, koude en valavondstemmingen. De sfeer is buitengewoon sterk opgeroepen, wat het dwangkarakter van het boek nog vergroot. Daarbij is de gang van de intrige ongewoon uitgewerkt, met een geleidelijke belichting van de karakters, leidend naar een steeds scherpere benadering van het menselijke probleem. Zich nauw bij de werkelijkheid aansluitend, heeft De Voecht zich ook nergens bezondigd aan de mystieke vaagheid in dialoog en beschrijving.

John Rijpens

Peter De Voecht: Slachtvlinders, uitg. In de Knipscheer, 229 blz., prijs: 17,50 euro

Boekvoorstelling De Vrouw van de Schilder

Op 27 juni om 20 uur stelt Peter De Voecht zijn nieuwe boek De vrouw van de schilder voor in De Boekuil (Antwerpsestraat 32, Mortsel). Het boek is een samenwerking met Trui Chielens, die zorgde voor de illustraties.

Het programma

– Presentatie door woordkunstenaar Rashif El Kaoui

– Schrijver Anneleen Van Offel biedt een hoogstpersoonlijke reflectie op het boek

– Journalist Julian De Backer interviewt illustrator en schrijver

– Uitgever Marita Vermeulen vertelt over het ontstaansproces

– Illustrator Trui Chielens belicht de beelden van het boek

– Schrijver Peter De Voecht leest fragmenten voor

– Boekverkoop en signeersessie

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here