Onverkort rond ’t Fort: Veerle Breyne

0

Aristoteles gaf al wandelend les; zijn “peripatetisch” onderricht werd een begrip. Nietzsche beschouwde de ideeën die hem al wandelend te binnen vielen, als de meest waardevolle. President Obama placht zijn belangrijkste beslissingen na een wandelmeeting met zijn topadviseurs te nemen. En we herinneren ons nog de wandelingen van Koning Boudewijn en premier Wilfried Martens die, kuierend in de tuinen van Laken, de hoogste staatszaken bespraken. Wandelen blijkt dus inspirerend. Vandaar de idee om af en toe ons mooie Fort 4 als fraaie achtergrond te benutten voor een – hopelijk boeiend – wandelgesprek met een interessante gast.

Najaar – Het Fort in herfsttooi. Dit seizoen waarin de natuur, in roodbruine pasteltinten, naar de winter toe dwarrelt, doet ons spontaan stilstaan bij heengaan. Sterven is zo nauw verbonden met het leven, maar kan er niettemin hard inhakken bij de nabestaanden. Hoe ga je om met verlies, met die immense pijn en dat diepe verdriet?
Om hierover verder te mijmeren, ga ik vandaag op stap met Veerle Breyne.

Studies en beroepskeuze
Haar middelbare studies doorliep ze in het Mortselse Sint-Vincentiuslyceum (nu OLVE). Toen de beroepskeuze eraan kwam, wist ze het meteen: ze zou maatschappelijk werker worden! Niet dat ze al een duidelijk omlijnd beeld had van de job … maar de passie was er: dít was haar roeping!

Na haar hogere studies in Brussel, ging ze aan de slag als maatschappelijk werker bij de studentenvoorzieningen van UFSIA (nu UA). Aangezien werk in de sociale sector ietwat precair bleek, koos ze voor een vastere job in de financiële wereld. Ze werkte vele jaren in verschillende BBL-kantoren en meer dan 10 jaar bij ING Mortsel. Daarna was ze 12 jaar hulpverlener bij de studentenvoorzieningen van de Plantijn Hogeschool (later AP) en de KdG Hogeschool. Momenteel zoekt ze opnieuw naar een nieuwe, boeiende professionele uitdaging.

Vrijwilligerswerk
Tussen al die beroepsmatige én familiale bedrijvigheid (Veerle heeft 3 kinderen – en ondertussen 2 kleinkinderen) door, vond ze ook nog tijd voor vrijwilligerswerk. In Aartselaar (waar ze inmiddels woont) organiseerde ze jarenlang mee het vormsel van een 120 vormelingen. Als catechist ontving ze bij haar thuis veel kinderen. Het bruiste er geregeld van jong geweld.

Na een sabbatjaar in haar vrijwilligerswerk, waarin ze zich afvroeg hoe ze haar leven opnieuw op een zinvolle manier invulling zou gaan geven, koos ze bewust voor rouwzorg.

Rouwzorg
Het contrast tussen levendige kinderen en haar engagement bij Rouwzorg Vlaanderen vzw, waarvoor Veerle zich sinds 2005 met hart en ziel als vrijwilliger inzet, moet ongetwijfeld groot geweest zijn.

Vanuit een missie om mensen met verlies te helpen en nabij te zijn, koos ze ervoor om de lotgenotengroep van jonge weduwen en weduwnaars van 30 tot 55 jaar te begeleiden.

In onze maatschappij worden dood en rouw vaak weggedrumd. Het is al flashy en flitsend wat de klok slaat. Mooi en sportief uiterlijk. Jong en aantrekkelijk. Fris en vrolijk.

Met aftakeling, ziekte, pijn, verdriet, hebben we het een stuk moeilijker. Vroeger – pakweg 50 jaar geleden – waren we op dat vlak misschien iets weerbaarder. De katholieke kerk reikte rituelen aan en verleende ondersteuning waar nodig. Ook de sociale cohesie was toen sterker.

Delen is helen
Dat laatste is wel een heel belangrijk aspect. Op de vraag: “hoe omgaan met rouw?” valt in eerste instantie geen eenduidig antwoord te formuleren. Rouwen is een uniek gebeuren.

Onze samenleving merkt rouw helaas al te vaak aan als een probleem, waarbij enkel en alleen medicalisering of therapie enig soelaas kan brengen. Waarbij we soms vergeten dat rouwen eigenlijk iets heel natuurlijks is, dat je het verlies misschien wel nooit echt volledig “verwerkt” (nog zo’n jargonwoord) en dat dit heel oké is. Misschien moeten we weer leren om tijd te nemen en te vragen om goed te rouwen, om meer steun en troost aan elkaar te bieden en dat langer dan enkele weken. Om de heftige pijn en het verlies en alle emoties (ook de negatieve gevoelens) er gewoon te laten zijn. Rouwen ervaren als een Let it be-fase.

Lotgenoten
Voor de meeste rouwenden geldt sowieso dat het heilzaam blijkt het verdriet te kunnen DELEN met lotgenoten: gedeelde pijn is meestal ook geheelde pijn. Dat delen van veel herkenbaars kan al een aanvang zijn om het rouwen meer bespreekbaar en draaglijker te maken.

Rouwbegeleiding
Voor onze regio begeleiden Veerle en Geert Lemahieu de groep met jong partnerverlies in Huis Koromiro (Edegem). Hoe gaan ze daarbij te werk? Na een kennismaking met elke lotgenoot en zijn of haar individuele verlies, komen in de volgende sessies tal van aspecten ter sprake. De dag van de uitvaart, emoties rond het rouwen, de achterblijvers, je vangnet, de thuis-werkbalans, opruimen of niet, de invulling van feestdagen en van vakanties, vragen rond zingeving, dromen en verlangens, … het kan allemaal aan bod komen. De groep stuurt de gespreksthema’s zelf aan. De huiselijke sfeer, zinvolle rituelen, een kopje mentale cafeïne … werken meestal erg helend.

Slot
Wanneer ik, aan het einde van de wandeling, als naar gewoonte, peil naar het lievelingsdier van mijn wandelgaste, komt het antwoord meteen en spontaan: het onzelieveheersbeestje! Ooit had ze een bijna-ongeluk met de wagen; net daarvoor was ze in haar kamer ietwat overweldigd door een hele zwerm van die kevertjes. Sindsdien zijn die onlosmakelijk verbonden met geluk.

Het deed me denken aan de scarabee in Egypte, als symbool voor de onsterfelijkheid en voor de eeuwige cyclus van het leven. Of, zoals het in de oudkatholieke dodenritus luidt: Vita mutatur, non tollitur (het leven verandert, het wordt niet weggenomen).

Na herfst en winter volgt telkens weer een nieuwe lente.

www.stiltekracht.bewww.rouwzorg.bewww.lostenco.beveerlebreyne@hotmail.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here