Migraine

0
Migraine

Hoofdpijn is een volksziekte en tegelijk een onopgelost mysterie. Op migraine heeft de wetenschap iets meer greep, maar steeds onvoldoende. Wat men onlangs inzag, is dat een paar uur tot een paar dagen voor de migraineaanval er van alles gebeurt. Het lichaam gaat bijvoorbeeld vocht vasthouden, er ontstaat soms nekpijn, vaak verandert de stemming, men raakt gedeprimeerd, gestresseerd of juist blijmoedig. Tevens krijgt men vaak trek in snacks en snoep of zelfs alcohol. Als de aanval er eenmaal is, denkt de patiënt dat het komt door de stress of de frieten of de chocola, maar het is juist omgekeerd.

Hoofdpijn is lange tijd door het medische korps niet ernstig genomen. Hoofdpijn heeft nog steeds niet de status die ze verdient. Migraine is geen aanstelleritis, geen hysterie en geen welvaartsziekte. Het is een hersenaandoening die we nog niet ten volle snappen. Migraine – en ook hoofdpijn in het algemeen – komt drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. We weten niet waarom. Er is één uitzondering waarbij levensstijl toch een rol schijnt te spelen: de recente toename van migraine in Amerika. De gelijktijdige groei van het aantal obese mensen is een valabele verklaring. In vetweefsel wordt het mannelijke hormoon testosteron omgezet in het vrouwelijke oestrogeen. Net dat hormoon is de aanjager – maar niet de oorzaak – van migraine. Waarschijnlijk krijgen vrouwen daardoor ook méér migraine. Bij kinderen is de verhouding in evenwicht, maar tijdens de puberteit ziet men de statistieken voor meisjes omhoogschieten. Bij zestigers is de zaak weer in balans. Vrouwen zijn dan voorbij de menopauze en mannen zien op latere leeftijd de migrainefrequentie ook dalen. Het heeft dus met méér dan oestrogeen te maken.

Wanneer krijgt hoofdpijn de stempel migraine? Artsen vinden bij migrainepatiënten niets in het hoofd of het bloed: zij moeten het doen met wat de patiënt hen vertelt. Wat zij doen, is een internationale lijst met vragen stellen en naargelang de antwoorden een diagnose vellen.

Veel migrainepatiënten hebben last van zogenaamde auraverschijnselen. Deze gaan een aanval vooraf. Patiënten zien plots lichtflitsen, vlekken, een donkerte, een stipje dat langzaam groter wordt, ze kunnen tintelingen voelen e.a. Er zijn vele soorten auraverschijnselen en ze zijn allemaal angstaanjagend. Aura’s maken de diagnose heel wat gemakkelijker, want dan gaat het zo goed als zeker om migraine.

Hoofdpijn die bij een kater hoort, wil men niet onderzoeken. Daaraan wil men geen geld uitgeven: zulke mensen doen dat zichzelf aan! Als je regelmatig twee dagen of méér per week pijnstillers slikt tegen hoofdpijn loop je het risico op chronificatie: in plaats van zo nu en dan een aanval, krijg je er vrijwel dagelijks last van. Als je pijnstillers slikt zonder dat je last van hoofdpijn hebt, lok je echter geen hoofdpijn uit. Een fabeltje is dat sulfieten in rode wijn hoofdpijn veroorzaken. Je weet wel, “Château-migraine”: dit is een hardnekkig verhaal, maar wél een mythe. De pijnlijkste vorm van migraine is “clusterhoofdpijn (Engels: “suicide headache”). Vrouwen beweren dat deze hoofdpijn erger is dan bevallingspijn en er zijn mannelijke patiënten die zelfmoord gepleegd hebben.

In 1996 lukte het prof. Michel Ferrari (Universiteit Leiden, Nederland) aan te tonen dat vele vormen erfelijk zijn. Dit betekent dat de kwaal in de genen moet zitten. Vanaf toen werd migraine veel serieuzer genomen en niet langer afgedaan als hysterie of vrouwenkwaal.

Wat zijn de meest aangewezen manieren om migraine te behandelen? Ruwweg zijn er twee vormen van behandeling: de aanval onderdrukken of de aanval voorkomen. Lichte migraine onderdrukt men met pijnstillers. Als de migraine zwaarder is, schrijft men triptanen voor die bij een groot deel van de patiënten de aanval kunnen afbreken.

Voor de tweede optie, aanvallen voorkomen, heeft men medicijnen zoals anti-epileptica, middelen tegen hoge bloeddruk, bètablokkers e.a., waarvan toevallig ontdekt werd dat ze ook bij migraine werkzaam kunnen zijn, maar algemeen gesproken zijn de resultaten niet optimaal. Sinds 1996 is er een kleine doorbraak gekomen die pas nu geleid heeft tot medicijnen of liever “antilichamen” die de genen, verantwoordelijk voor stoffen die een migraineaanval uitlokken, afremmen en daarin behoorlijk slagen zonder noemenswaardige bijwerkingen. Het probleem is dat zij niet bepaald goedkoop zijn.

Conclusie: er bestaat nog altijd geen medicijn dat áltijd en bij iedereen werkt. Meestal slaan de medicijnen, ook die van de laatste doorbraak in 1996, maar aan bij 50 procent van de mensen en verhelpen zij slechts de helft van de klachten. Voor sommige types van migraine bestaan zelfs geen medicijnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here