Met Pallieter aan tafel (2)

0

Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. De Kapellelei blijft zonder meer een pareltje. In het vorige nummer stonden we even stil bij de beschermde villa’s in één van de mooiste straten van onze stad. De kapel staat er nog. Deze werd opgericht door een consortium van grondbezitters. Over de bouw van de kapel doen verschillende verhalen de ronde.

Was het een vurige Mariavereerder, die zich onder de trein Antwerpen-Brussel wilde werpen? Net vóór zijn wanhoopsdaad dacht hij even aan Onze-Lieve-Vrouw. Zijn donkere gedachten verdwenen. Hij werd bij wonder gered. Uit dankbaarheid liet de man een kapel bouwen. Een minder bekend verhaal lezen we in het ‘Mortsels stratenboek’ van de Mortselse Heemkundige Kring (Bruno Gastmans, blz. 273). Een dame liet het gebedshuisje bouwen uit dankbaarheid omdat haar man levend uit een treinongeval in Kontich-Kazerne was gekomen.

Het landhuis ‘De Witte Vaes’ was het woonhuis van architect Flor Van Reeth. De Vlaamse begijnhoven, met het begijnhof van Lier in het bijzonder, waren voor de architect een mystieke bron voor tal van intimistische en symbolistisch geladen waterverfschilderijen. Het verhaal van Felix Timmermans brengt ons terug naar een tijd waar de Fee wordt ondergedompeld in diepe religieuze en mystieke opvattingen. In het verhaal lezen we de donkere gedachten van de schrijver. Weemoedig wandelt de hoofdfiguur door schemerige kloostergangen. Hij volgt het rituele, haast punctuele gezang van de monniken. In zijn donkere cel ziet hij het silhouet van ‘De Witte Vaes’. De monotone tred van monniken in lange kloostergangen verbeelden de tijd die genadeloos verder tikt. Het verhaal van ‘De Witte Vaes’ is misschien niet meer van deze tijd. Lijnrecht hiertegenover staat het archetype van Pallieter. Een begrip in onze taal, want voor van Dale is een pallieter een levensgenieter, iemand die de gemakkelijke kant van het leven neemt en de dag plukt.

“Felix Timmermans kon schrijven als een schilder. Niet als een krachtige Constant Permeke, maar verfijnder en lichter, zoals een Valerius de Saedeleer of een Emile Claus. Elke eerste zin van de 28 korte hoofdstukken van Pallieter is haast elke keer weer een taalfeest. Zelfs de subtiele humorist Godfried Bomans las graag de boeken van onze levenslustige pijprokende Lierenaar”. (De Brave Hendrik in ‘pallieterke.net’).

Ook in Mortsel herhalen we het feest van Felix Timmermans. De Fee moet het geweten hebben. In onze PLOP-tentoonstelling grijpen we terug naar een spijskaart van 12 oktober 1922!

“Om zeven uur begon de Pallietermaaltijd, waaraan meer dan honderd menschen zaten. Er werd geklonken en gedronken, maar vooral gegeten; buiten sloegen de felle vlammen van het vuurwerk op of overstemden donderbussen de woorden. Weer en weer werd ‘de Fee’ toegesproken en innig-gelukkig lachte Marieke haar lieven, ontroerenden lach. Zij had verlof gegeven, den genoodigden mede te deelen, dat binnen afzienbaren tijd een jeugdige Pallieter de wijde Vlaamsche lucht zou komen inkijken. Gelukzalige Felix. Wat een reden was om op te drinken.”

De levensgenieter prijkt bovenaan het menu. Onderaan roept hij luid: “Lot er ons de saas aflakke” en bovenaan lees je het motto van het feest: “Lot ze bove komme”.

We hebben het over een spijskaart, geen menukaart. ‘Verandering van spijs doet immers eten’. Het is duidelijk een themamenu. ‘Ballekens’ met soep en niet omgekeerd. Je zal je buikje rond eten met rosbief en aardappelen en ‘harsee met lekkere metten’, een gerecht uit de Antwerpse Kempen: gebakken balletjes gehakt met sap van rode bessen, gekookt en gebonden met ‘patattenbloem’, aardappelzetmeel zeg maar.

Lekkere metten zijn een vergeten lekkernij. De prijs van de ingrediënten en het werk zullen er vermoedelijk wel iets mee te maken hebben. De basis wordt gevormd door het sap van ‘roei beezekes’ of aalbessen.

Misschien nog iets over de gehaktballetjes zelf. Er werd daarvoor gehakt gebruikt half kalf, half varken, enkele eitjes daarin en wit broodkruim. Dat broodkruim werd gemaakt van een twee dagen oud witbrood dat dan in een handdoek (theedoek) fijngewreven werd. De balletjes werden eerst gekookt en in de kelder bewaard tot ’s anderdaags. Dan pas werden ze gebakken en opgediend met krieken!

Zelf heb ik nooit die lekkere metten gegeten, maar in de maand oktober brengen we ze opnieuw tot leven bij Tartuff. Indien er lezers zijn die het gerecht nog kennen, zet alsjeblief eens een berichtje op onze facebookpagina (https://www.facebook.com/mensenzijnmedia).

Bronnen: Timmermans Genootschap; seniorennet.be/keukenweetjes; Stratenboek Mortsel, Mortselse Heemkundige Kring, Bruno Gastmans

Foto’s: © F. Van Roosendael

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here