Home Topics Maatschappelijk Klimaatwanhoop

Klimaatwanhoop

0

Wanneer we deze eerste woorden intikken, horen we onze klimaatminister huilen. Ze neemt ontslag, Joke, geveld door duizenden sms’jes en vooral door het verwijt dat haar plannen weinig uithaalden. Vlaanderen komt massaal op straat. Klimaatverzet, klimaatbrossers, klimaatbetogers. Ze willen niet dat onze kleinkinderen stikken, in het stijgende water verdrinken, in woestijnen moeten wandelen, omdat de bossen zijn verdwenen. Groot en klein, jong en oud, arm en rijk lijken zich op enkele weken superbewust te zijn geworden van de ernst. Ze zijn nodig, klimaatmaatregelen, ook volgens de meelopers die zich beperken tot slogans en clichés. Alleen: hoe? Ik groeide op in een tijd dat milieubescherming zich beperkte tot het oprapen van papiertjes op straat. In het slechtste geval vloog ik op de blauwe lijn, nadat ik het zilverpapier van mijn chocoreep op de speelplaats had gegooid. Het liep niet bepaald snel met de ecologische bewustwording, ook niet na de Londense Great Smog in 1952, die duizenden slachtoffers eiste. Volgden: de Club van Rome, Greenpeace, het Wereldnatuurfonds, Natuurpunt, Bond Beter Leefmilieu, WWF, Al Gore en een massa lokale initiatieven, om bossen te behouden, polders te redden en nucleaire energie te contesteren. Terwijl de orkaankracht en de overstromingen toenemen, de hitte extremer wordt, het water zeldzamer, kunnen we wel een vuist maken. Maar dan?

Vooreerst bokst de milieubeweging op tegen sceptici. Ook enkele wetenschappers zweren het doemscenario af en sleutelfiguren als de Amerikaanse president relativeren, wat bv. leidde tot zijn terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs in 2017. Verder zijn er de tegengestelde belangen. De productie van fossiele brandstoffen zoals aardgas -waarop ook elektriciteitscentrales werken-, olie -ook nodig voor benzine, diesel, kerosine- en kolen is economisch belangrijk voor machtige landen als de VS, Rusland, China, Saudi-Arabië en kleinere broertjes in Zuid-Amerika, Oost-Europa en het Midden-Oosten. Transformatie is moeilijk, naar een industriële productie zonder fossiele brandstoffen, naar auto’s en vliegtuigen die geen olieproducten nodig hebben. Ze zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen, de vervuiling door CO2 en de klimaatverandering. 93% van zijn energiebehoefte put de mens uit fossiele brandstoffen. Kunnen wind en zon de reductie van de conventionele energiebronnen opvangen? Wat met de belangen van de producenten van fossiele brandstoffen en van de mensen die daarvan afhankelijk zijn?

Dichter bij ons bed: de vleesconsumptie. Los van het dierenleed en de nostalgie naar de sappige steak, blijkt de veeteelt verantwoordelijk voor 12% van de uitstoot. U kent de uitspraken: “Een biefstuk zorgt voor evenveel broeikasgassen als een ritje van zeventig kilometer met uw auto. Vóór hij op je bord ligt, heeft hij 5000 liter water opgeslokt.” De vleesindustrie, de vleesverkoop, de veeteelt zijn echter diep ingeburgerd in onze consumptie en werkgelegenheid. De wanhoop slaat dus toe. Wat moet de CEO van de chemiereus die plastic verpakking produceert? Bent uzelf rijk genoeg om te investeren in zonnepanelen, isolatie, een condensatieketel, een nulenergiewoning, een elektrische wagen? Hoe sterk kan de greep zijn van een klimaatminister op al die individuen, diverse bevolkingsgroepen, belangengroepen, en op het contrast economie-ecologie? Bedenk ten slotte dat de Vlamingen slechts een duizendste van de wereldbevolking uitmaken en al die anderen … As tears go by.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here