Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting voorgesteld

0

De 24ste editie van het Jaarboek Armoede en Sociale Uitbuiting staat in het teken van kinderarmoede. Iets meer dan één kind op zes in ons land leeft in een gezin met een inkomen onder de armoededrempel. Dit cijfer is onrechtvaardig. Opgroeien in armoede beknot immers de latere kansen op succes. Dit boek wil kinderarmoede ontrafelen uit diverse invalshoeken. Kinderarmoede is een schending van de kinderrechten. De auteurs tonen aan hoe kinderen worden geconfronteerd met ongelijke kansen op een toereikende levensstandaard, onderwijs, gezondheid, huisvesting en vrije tijd. Ze meten de evolutie van multidimensionele armoede in gezinnen in België en vergelijken met de buurlanden.

Peter Raeymaeckers, professor sociaal werk Universiteit Antwerpen en verbonden aan het centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS), één van de auteurs van het 418 bladzijden dikke boek, trachtte één en ander samen te vatten op de Stadscampus van UAntwerpen.

De federale regering wil een verplichte gemeenschapsdienst invoeren voor langdurig werklozen. Zij zouden twee halve dagen per week verplicht vrijwilligerswerk moeten uitvoeren. Onderzoek uit Nederland toont aan dat verplicht vrijwilligerswerk niet altijd de verwachtingen inlost. De term ‘vrijwilligerswerk’ is trouwens contradictorisch.

Leerlingen met migratieachtergrond scoren minder goed dan autochtone leerlingen voor begrijpend lezen en wetenschappen. De vraag is hoe dit samenhangt met de sociaaleconomische status (SES) van leerlingen (gemeten aan de hand van de beroepsstatus van hun ouders), hun cognitieve capaciteiten (gemeten met een non-verbale intelligentietest) en/of hun thuistaal. Dit werd bestudeerd op basis van toetsresultaten voor begrijpend lezen en wetenschappen van 1648 leerlingen uit het vijfde leerjaar lager onderwijs uit 63 scholen in Brussel, Gent en de Limburgse mijngemeenten. ‘Onze studie spreekt vooroordelen tegen. We weten gewoon niet waaraan het ligt. Wellicht moet er iets zijn met het schoolniveau, maar wat? De andere talenten van die kinderen worden er allicht niet genoeg gebruikt. We moeten op onze hoede blijven want we merken dat jonge scholieren schoolmoe worden. Dit is gerelativeerd aan hun leefomstandigheden. De scholen moeten hun beleid afstellen op de leerlingen zelf. Een brede armoedestrategie is belangrijk, denk aan de hoge kosten die men heeft al naar gelang het niveau van de kinderen. Kwetsbare gezinnen moeten worden ondersteund en een sociaal netwerk is belangrijk.

Uit onderzoek bij 363 Vlaamse koppels met kinderen blijkt dat ouders uit gezinnen met een laag inkomen (maandelijks equivalent netto-inkomen van minder dan 1250 euro) significant meer financiële en relationele stress ervaren dan ouders uit midden- tot hoog inkomensgezinnen (meer dan 1250 euro). In beroepsrichtingen merken we een concentratie van leerlingen uit kwetsbare groepen. Zij weten hoe belangrijk een diploma is.’

We zijn net halverwege de EU2020-strategie. Tegen 2020 moeten Vlaanderen en België, net als andere Europese lidstaten, doelstellingen verwezenlijken op vlak van werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, klimaat/energie, onderwijs en armoede en sociale uitsluiting. Vlaanderen en België hebben nog een hele weg af te leggen wat de ‘sociale’ doelstellingen betreft. ‘Turken en Marokkanen hebben we als één groep onderzocht, in tegenstelling tot Polen bijvoorbeeld, anders zou het onderzoek te groot zijn uitgevallen. Voorzichtig durf ik te stellen dat Marokkanen iets sterker presteren dan Turken. Er is vaak een groot verschil tussen gemeenten. Leraars moeten hun vooroordelen over allochtonen laten vallen.’

Hallucinante cijfers voor kinderarmoede

Anno 2014 (inkomensdata van 2013) leeft bijna een op vijf kinderen jonger dan 18 jaar (18,8%) in ons land in een gezin met een inkomen onder de armoederisicodrempel (t.o.v. 15,5% bij de bevolking als geheel). Daarmee ligt dit percentage 2,9 procentpunten hoger dan tien jaar geleden (15,9% in 2004). Het gaat vooral over kinderen in eenoudergezinnen (36,4%), in grote gezinnen (20,0%), kinderen van laagopgeleide ouders (53,8%), kinderen van ouders die geboren zijn buiten België (37,2%) en kinderen in gezinnen waar bijna niemand werkt (73,6%). 12,4% kinderen leefde in een gezin dat langdurig arm is (zowel in 2013 als in minstens 2 van de drie jaren daarvoor). 6,8% kinderen woonde in 2014 in een gezin dat ernstig materieel gedepriveerd was en 13,0% leefde in een gezin met een zeer lage werkintensiteit. Voor Vlaanderen zijn alleen cijfers voor 2013 beschikbaar: 12% (+/- 150.000 kinderen) leefde toen in een arm gezin; drie procent leefde in een ernstig materieel gedepriveerde situatie en zeven procent leefde in een gezin met zeer lage werkintensiteit. In een welvarend land als België zijn dergelijke cijfers onrechtvaardig, vooral omdat kinderen die in armoede leven daar de rest van hun leven de gevolgen van kunnen dragen.

Voor veel meer cijfers en conclusies verwijzen we naar het boek ‘Armoede en Sociale Uitsluiting’, uitgegeven door Acco – ISBN: 978-94-6292-253-2.

Meer info: www.vlaamsarmoedesteunpunt.be en www.oases.be

EM – 04.12.2015

Geen posts om weer te geven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here