Het voordeel van de twijfel of … Hoe filosofie je leven kan veranderen

0

Naar aanleiding van de succesvolle gelijknamige tv-reeks die Stefaan van Brabandt (°1979 in Gent) maakte voor Canvas in 2014, schreef hij zijn eerste boek “Het voordeel van de twijfel”. Er volgden maar liefst 8 heruitgaven en ondertussen gingen al 10.000 exemplaren over de toonbank! Het boek leest als een trein en was voor mij alvast het perfecte bewijs dat filosofie vandaag meer dan ooit van groot belang is, zowel voor de mens als individu als voor de samenleving. 

Stefaan groeide op in Oudenaarde, waar hij een klassieke humanioraopleiding genoot. Na Studio Herman Teirlinck werkte hij met veel enthousiasme nog 4 jaar filosofie achter de kiezen aan de Universiteit van Antwerpen en koos hij de bruisende metropool als thuishaven. Naar aanleiding van de 9de uitgave van zijn boek zocht ik Stefaan op voor een fikse wandeling in het Nachtegalenpark. Het werd een even heerlijke als leerrijke namiddag. 

Vanwaar deze nieuwe uitgave én nu de keuze voor Uitgeverij Epo? 

Het boek was al een aantal jaar niet meer verkrijgbaar in de boekhandel, toch merkte ik aan de vele mails die ik ontving dat er nog veel interesse voor was. Uitgeverij EPO contacteerde me en vroeg of ik een heruitgave bij hen zag zitten. En zo geschiedde. 

De ondertitel geeft duidelijk je ambitie weer om het grote nut van filosofie voor de mens aan te tonen. Hoe kan filosofie effectief ons leven veranderen, Stefaan? 

Mijn boek wil voor persoonlijke én maatschappelijke vragen en problemen inzichten aanreiken uit de ideeëngeschiedenis van de filosofie. Ik meen dat het rijke gedachtegoed uit de filosofie ons leven vandaag nog steeds kan verrijken, inspireren en verbeteren. Filosofie zet mensen aan het denken door soms provocerende vragen te stellen, die de eigen denkbeelden, vooroordelen en overtuigingen ondergraven. Omdat ideeën de wereld leiden, is het voordeel van de twijfel dat je kan onderzoeken welke ideeën ons in de weg zitten en welke ons kunnen bevrijden. Door te twijfelen ga je anders denken over bepaalde zaken. En als je anders denkt, ga je ook anders kijken naar het leven. Zo kan filosofie effectief zowel ons persoonlijke leven als onze samenleving veranderen. 

Weet je, denken is per definitie mogelijkheden scheppen, de vrijheid veroveren. Om een voorbeeld te geven: alle politieke en sociale verworvenheden die we vandaag als vanzelfsprekend beschouwen zoals de afschaffing van de slavernij, heel wat arbeidsrechten en vrouwenrechten, onze democratie, … werden ooit als onmogelijk, onhaalbaar en onwenselijk beschouwd. Tot het alternatief gedacht werd – door te twijfelen aan het bestaande. 

Tegelijk haal je aan dat filosofie de niet-aflatende missie heeft om twijfel te zaaien. Hoe kan ‘twijfel’ -net in tijden van zoveel onzekerheid als nu- een voordeel zijn? 

Mijn boek telt 8 hoofdstukken waarin telkens één vraag centraal staat: is tegenslag altijd slecht? Hoe verstandig is het om je hele identiteit te laten afhangen van je status? Zouden we met zijn allen niet beter wat minder werken? Mogen we dieren eten? Zit romantiek liefde in de weg? Waarom moeten we zorg dragen voor elkaar en de planeet? Heeft het zin om geluk na te streven? En wat willen we doorgeven aan onze kinderen in opvoeding, onderwijs en cultuur? 

Elk hoofdstuk is een uitnodiging om aan de bestaande antwoorden te twijfelen en de problematiek in kwestie eens vanuit een ander perspectief te zien. 

De dominante manier van denken, de ideologieën en mythes van deze tijd, wil ik in elk hoofdstuk betwijfelen en er kritische vragen over stellen, om vervolgens een alternatieve manier van denken te presenteren. Twijfelen aan wat is, om te bedenken hoe het zou moeten zijn. Ik pleit dus zeker niet voor een cynische twijfel die alles doodrelativeert en je als mens passief maakt en verlamt en op den duur gek maakt. Mijn twijfel is activerend en engagerend bedoeld en heeft een creatieve en constructieve missie. Zoals Louis Paul Boon schreef: “Ook de afbreker bouwt op”. 

Hoewel onze objectieve levenskwaliteit de afgelopen eeuwen enorm is verbeterd, tonen zelfmoordstatistieken aan dat heel wat mensen en vooral jongeren toch diepongelukkig zijn. Heb je hiervoor een verklaring en hoe kan filosofie voor deze mensen helend werken? 

Er zijn verschillende verklaringen voor deze verontrustende trend. Je kan het deels sociaaleconomisch verklaren, maar ik denk dat de oorzaken van de malaise en het onbehagen ook een dieperliggende culturele en spirituele oorzaak hebben. Er zijn geen grote zingevende verhalen of kaders meer, waardoor mensen een leegte ervaren in een wereld die koud, onverschillig en nihilistisch lijkt. Door de toenemende individualisering en de afname van sociale verbanden voelen velen zich eenzaam, geïsoleerd en niet gezien of gerespecteerd in onze samenleving. Tegelijk is er de druk om te presteren, om altijd mooi en gelukkig en succesvol te zijn. Dat is een recept voor wanhoop uiteraard. Je kan dan nog zo welvarend zijn, dat lost bepaalde existentiële kwesties niet op, integendeel zelfs.

De menselijke conditie is sowieso nogal tragisch. We worden voor eventjes in een kosmos geworpen, we worden oud en ziek, en vervolgens gaan we dood. Het lijkt allemaal erg absurd en zinloos. Waar vroeger religie en ideologie richting, zin en betekenis gaven in onze cultuur, is dit nu een opgave geworden. We zijn op onszelf teruggeworpen om zelf zin en betekenis te stichten en dat gaat met veel groeipijnen gepaard. Nietzsche wees daar al op toen hij het over ‘de dood van God’ had. 

In tijden van onrust, verwarring en onzekerheid kan filosofie daarom volgens mij meer dan ooit van grote waarde en betekenis zijn als richtsnoer om het bestaan zin te geven. Vaak verliezen we ons in uiterlijkheden, bijzaken en dwaalwegen die ons allerminst gelukkiger maken. Door een appel op ons te doen om tijd te maken voor stilte, rust en reflectie kan filosofie ons eraan herinneren of doen inzien wat werkelijk van betekenis is in ons leven. 

Voor velen is filosofie een randverschijnsel. Iets waarmee men zich eventueel bezighoudt tijdens de vrije tijd. Wat drijft mensen om filosofie te studeren en waar komen zij zoal terecht op de arbeidsmarkt? 

Het woord ‘school’ komt van het Griekse Scholè, wat vrije tijd betekent: nl. de ruimte om jezelf geestelijk te ontwikkelen en je karakter te vormen. Daarvoor is een school oorspronkelijk primair bedoeld. Voor mij was filosofie studeren dan ook een praxis. De vervulling zat hem in de activiteit op zich, zonder een andere bijbedoeling, zonder dat het instant-nut, winst of rendement moest hebben. Mensen die filosofie studeren, belanden nadien in allerlei sectoren: de politiek, journalistiek, cultuur- of kunstsector. Maar ze werken evenzeer als leraar of medewerker in een bedrijf. Filosofen zijn getraind in kritisch en creatief denken, ze durven buiten de lijntjes kleuren en zijn meestal non-conformistische buitenbeentjes. Ik denk dat zo’n mensen sowieso ook een aanwinst zijn voor bedrijven of overheidsdiensten. 

Bestaat zoiets als kinderfilosofie? En zou filosofie een verplicht vak moeten zijn in lagere en middelbare scholen? Hoe zou jij de eindtermen op dit vlak dan kort omschrijven, Stefaan? 

Ja, in het buitenland is filosofie voor kinderen in vele scholen een verplicht vak. Ik pleit er zeker voor om dat bij ons ook in te voeren. LEF is zo’n initiatief: verschillende filosofieën willen het vak ‘Levensbeschouwing, Ethiek, burgerzin en Filosofie’ verplichten op alle scholen, maar het is er nog niet van gekomen, helaas. Ivan Illich wees al op het belang van vakken die ons leren kritisch te kijken naar de heersende ideeën die iedereen voor vanzelfsprekend houdt. Anders verwordt een school tot een reclamebureau dat je wilt doen geloven dat je de wereld wilt zoals ze is. En een kweekschool van gezagsgetrouwe, conformistische, bange, onnadenkende consumenten, die bovendien vatbaarder zijn voor “sterke leiders met simpele oplossingen”. 

Onderwijs moet daarom prioritair inzetten op mens-wording (humaniora) en niet op inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Ik vind kennisoverdracht uiteraard buitengewoon belangrijk, maar mijns inziens mag het in ons onderwijs niet louter gaan om het memoriseren en reproduceren van dode kennis. Wel en bovenal om het doorgeven van het vuur van de verwondering, de nieuwsgierigheid en de geestdrift, die die kennis net heeft voortgebracht. De natuurlijke, aangeboren nieuwsgierigheid en het plezier om na te denken en de wereld te onderzoeken niet in de kiem smoren, maar net aanboren en stimuleren, dát behoort de missie van onderwijs te zijn. Op een georganiseerde, opzettelijke manier jonge mensen in contact brengen met zaken die nog onbekend en niet vertrouwd zijn. Zaken die hun wereld kunnen openbreken en hun horizon verruimen …  

In je boek passeren heel wat filosofen de revue. Heb je een favoriet? En aan wie zijn of haar inzichten hebben we als samenleving momenteel het meeste nood volgens jou? 

Afhankelijk van de levensvraag of maatschappelijke kwestie ga ik bij een verschillende filosoof te rade, al is Schopenhauer sinds mijn puberteit mijn favoriete denker. Ook Montaigne en de Griekse en Romeinse stoïcijnen en epicuristen blijf ik herlezen.  

Een inzicht waar we als samenleving vandaag nood aan hebben, kan je krijgen door de sterfbed-test van Aristoteles te doen: als je op je sterfbed ligt, hoe wil je herinnerd worden en op welke zaken zal je terugkijken? Met andere woorden: wat zal je belangrijk en waardevol vinden als je op je sterfbed ligt? Richt je leven en je samenleving in volgens die prioriteiten en waarden, adviseert Aristoteles. Veel ballast valt dan weg. Je zal niet op je sterfbed denken: “In 2019 is mijn koopkracht gestegen, toen was ik gelukkig!” Je zal waarschijnlijk veeleer denken aan de tijd die je doorbracht met je familie en vrienden, de tijd die je had om je talenten en je passies te ontwikkelen en je in te zetten voor anderen. Geld of roem of status zullen op je sterfbed geen belang hebben, wel hoe je als mens geleefd hebt. Ik denk daarom dat wie vandaag tijd heeft, rijker is dan wie geld heeft, maar geen tijd. De adel vandaag bezit niet zozeer grond of geld, maar tijd (lacht). 

Uit het boek blijkt duidelijk dat je een heel vlotte pen hebt. Dat doet mij vermoeden dat dit niet je laatste boek is. Komt er een vervolg en wil je al een tipje van de sluier oplichten? 

Ja, naast mijn filosofen-monologen – o.a. SOCRATES en MARX – die ik voor theater schrijf en regisseer, wil ik ook met regelmaat boeken schrijven. Ik ben nu met een boek bezig over het thema ‘hoop’. En verder schrijf ik verder aan mijn gedichten en een eerste roman, maar ik heb mezelf geen deadline opgelegd. Sowieso doe ik verschillende zaken door elkaar, wat voor een vruchtbare afwisseling zorgt. Maar het betekent ook dat ik altijd tijd te kort heb (lacht). 

Hartelijk dank voor dit fijne gesprek en ik wens je vruchtbare grond om veel twijfel te zaaien, Stefaan! We houden onze lezers alleszins op de hoogte van je komende projecten en wensen je veel succes! 

Fik Verbiest – Mensen zijn Media 

“Het voordeel van de twijfel” werd uitgegeven door Uitgeverij EPO en is te koop in de betere boekhandel.  

Foto: Greg Timmermans 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here