Home Topics Cultuur Het levensverhaal van Eva Fastag

Het levensverhaal van Eva Fastag

0
Het levensverhaal van Eva Fastag

Opgetekend door PIETER SERRIEN

De historicus Pieter Serrien (°1985) die zijn homestead heeft in Kontich, is de auteur van zeven bijzonder succesrijke boeken waarin persoonlijke getuigenissen van soldaten en burgers tijdens de twee wereldoorlogen centraal staan. Voor De laatste getuige – Hoe ik de Dossinkazerne en de Holocaust overleefde, trok Serrien naar Israël om er de unieke getuigenis van de inmiddels 102-jarige Eva Fastag op te tekenen. De recensies over het boek zijn unaniem lovend: indrukwekkend, doet naar adem happen, beklijvend.

In juli 1942 wordt de vijfentwintigjarige Joodse Eva Fastag opgepakt bij een Jodenrazzia in Antwerpen. Via het kamp van Breendonk belandt zij in de Mechelse Dossinkazerne. Daar dwingen de Duitsers haar om lijsten op te stellen voor de deportatie van meer dan 25.000 Joden naar Auschwitz-Birkenau. Slechts vijf procent van hen overleeft. Waar ze kan, vervalst Eva de transportlijsten en pleegt ze andere vormen van verzet, nuchter en overtuigend beschreven in het boek. Zo redt ze vele levens, maar kan ze niet verhinderen dat ook haar eigen familie wordt gedeporteerd.

Haar verhaal

Serrien bouwde Eva’s verhaal chronologisch op. Eerst vertelt Eva Fastag wat ze zich herinnert, koel en zonder melodramatische franjes: “Ik ben Eva Fastag. Ik ben Jodin. Ik ben 102 jaar oud en woon sinds tien jaar in Israël. Ik ben geboren in Warschau in 1917. Twee jaar later vluchtte ik met mijn ouders naar Antwerpen. Samen met mijn zus en drie broers groeide ik op als Joods-Poolse immigrante in België. Ons leven werd in 1940 op zijn kop gezet. Met het begin van de Duitse bezetting werden wij tweederangsburgers, of nee, het was nog erger: wij werden steeds minder als mensen beschouwd …”

Wachtkamer van de dood

In juli 1942 werd zij gearresteerd en belandde zij in het kamp van Breendonk. Van 1942 tot 1944 werd zij opgesloten in de Dossinkazerne van Mechelen, “de wachtkamer van de dood”. Zij werd er gedwongen mee te werken aan de wegvoering van meer dan 25.000 Joden uit België.

In aparte hoofdstukken, die allesbehalve irrelevant zijn, vertelt Pieter Serrien waarom hij Eva’s getuigenissen zo notabel vindt. De historicus kan het niet nalaten duiding te geven over wat Eva vertelt over haar ouders en leefomstandigheden. Haar vader was een getalenteerd horlogemaker, het leven in Warschau onder de Russische bezetting was hard en als illegale vluchtelingen arriveerde het gezin in Antwerpen op 11 november 1919. Thuis werd Jiddisch gesproken, in de kindertuin van de Provinciestraat leerde Eva Nederlands. Zij vertelt over haar ouders die in Antwerpen nog kinderen kregen: Sarah (1920), David (1923), Gerson (1926), en Abraham, de jongste, in 1928. Zij vonden vrij snel hun weg in Antwerpen, Eva kreeg zelfs een gedeeltelijke Franstalige opleiding en op haar vijftiende leerde zij stenodactylo, ‘handelstaal Duits’ en ‘handelstaal Engels’ aan de beroepsschool in de Offerandestraat. Op haar achttiende vond Eva werk bij een invoerder van sjaals en kousen in de Bourlastraat.

Eva wordt op 22 mei 1942 opgepakt in het Centraal Station in Antwerpen: “Van op het perron werden wij in het Duits toegesnauwd dat we snel moesten uitstappen. Ik begreep meteen de ernst van de situatie. Duitsers in uniform controleerden of er niemand in de wagon achterbleef. Ze duwden me samen met honderden anderen in een grote zaal …”

Pas veel later vernam Eva dat zij hierna vijf dagen naar het Fort van Breendonk werden gestuurd. Nadien belandde zij in de Dossinkazerne in Mechelen. De bevelvoerende SS’ers vroegen de jonge vrouwen wie goed kon typen. Eva stelde zich kandidate en werd meteen aangesteld als typiste van lijsten van meestal Joodse families die op transport werden gezet naar Duitsland. Enkele weken later vond Eva haar gezinsleden terug in Dossin, nadat die in Antwerpen tijdens een razzia waren opgepakt. Eva deed moeite om hen vrij te krijgen, maar niets mocht helpen: “Veel tijd voor afscheid was er niet. We omhelsden elkaar. Ik zag hoe mijn vader, moeder en broers instapten op een trein richting Auschwitz. Het was de laatste keer dan ik hen zag’.

Wachten op transport

Nadien was het voor Eva en enkele logenoten trachten te overleven in de Dossinkazerne en eigenlijk steeds ‘wachten tot het volgende transport’. De onzekerheid werd een kwelling. Iedere keer opnieuw. Na al de voorbije decennia trachtte Eva te begrijpen waarom de SS’ers haar zo vertrouwden bij het opstellen van documenten en lijsten van kandidaten die op transport moesten. Er waren ook ‘hoopvolle, gelukkige’ momenten die door Fastdag objectief worden beschreven.

In een van de laatste hoofdstukken, ‘Wat ik nooit had durven hopen’, vertelt Eva Fastag hoe en wanneer ze werd vrijgelaten op 9 juni 1944. Zij kon niet terug naar Antwerpen want het appartement was leeggeroofd. Vanaf de dag van haar vrijlating leefde zij in angst om opnieuw opgepakt te worden. Interessant, instructief, boeiend en belangwekkend vertelt Eva ten slotte haar leven na Dossin, van september 1944 tot vandaag!

In augustus 2019 reisde Pieter Serrien naar Israël om er Eva op te zoeken en haar ervaringen als ‘laatste getuige’ op te tekenen.

Voor meer duidelijkheid zorgt auteur Serrien met extra, verhelderende hoofdstukken. In ‘Het einde van Dossin’ zet hij uiteen dat de vrijlating van Eva past binnen een bijzonder complexe en voor velen onbekende geschiedenis. Interessant is verder een tijdlijn voor de periode 1940-1945, beginnend met de Duitse inval in België op 10 mei 1940 en eindigend op 8 mei 1945 met de Duitse capitulatie. Indrukwekkend is de lijst van de belangrijkste personen in de Dossinkazerne, niet alleen de vrouwen, maar ook het mannelijke Joodse werkvolk in Dossin en de Duitsers, met Max Boden (1891-1951) op kop, de ouderdomsdeken van de SS-bewakers, en Philipp Schmidt, commandant van het Fort van Breendonk, berucht om zijn gewelddaden en die van zijn hond Lump!

Bij elk hoofdstuk van Eva’s getuigenissen zorgde auteur Serrien voor bijhorende bibliografieën. Fotomateriaal van de personages en documenten zijn veelvuldig aanwezig.

Pieter Serrien: De laatste getuige – Eva Fastag. Hoe ik de Dossinkazerne en de Holocaust overleefde – Uitg. Horizon, Overamstel – 236 pagina’s

Bibliografie Pieter Serrien

Tranen over Mortsel (2008)

Oorlogsdagen (2013)

Zo was onze oorlog (2014)

Van onze jongens geen nieuws (2015)

Elke dag angst (2016)

Het elfde uur (2018)

De laatste getuige: Louis Boeckmans (2019)

John Rijpens

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here