Frankrijk wint de wereldbeker … Et alors?

Komende zaterdag, 21 juli, vieren we onze Nationale Feestdag. We verwachten de toespraak van de koning, de militaire parade, feestjes met frietjes en bier op onze pleinen, een hele verzameling tricolore vlaggen en … regen, want we wonen tenslotte in België. Maar hebben we België in feite gisteren al niet gevierd, met de ontvangst van de Rode Duivels, veel uitbundiger en oprechter dan we dat ooit doen op 21 juli?

Het gevoel van trots, samenhorigheid en wederzijdse dankbaarheid dat gisteren opsteeg uit de Brusselse Grote Markt en het land overspoelde was voor mij alleszins ongezien in België. Wij, “Belgen”, vaak zo bedaard en beheerst, schaarden ons de voorbije vijf weken onbevangen achter onze jongens. Hopelijk voelden de spelers en de staf in Rusland ons enthousiasme. Voor het geval dat ze er nog aan twijfelden, wilden de 40 000 supporters in Brussel hen gisteren laten voelen wat er tijdens het tornooi leefde op het thuisfront. Want positiviteit en samenhorigheid waren de voorbije weken eindelijk nog eens de sleutelwoorden. We trokken massaal naar pleinen en cafés om te supporteren en te vieren samen met volslagen onbekenden, die na de overwinningen (en na de uitschakeling) onze beste vrienden waren geworden.

Ons gezamenlijk “awoert” naar de Fransen betrof niet alleen de uitschakeling – we waren toch al de mooiste ploeg van het WK – maar ook de manier waarop ze ons open spel bewust saboteerden. We wilden wel winnen, maar we wilden vooral voetballen, zoals bleek tijdens de “te verliezen” match tegen Engeland. En we wilden kunnen dromen en hoop kunnen koesteren, zoals tegen Japan en Brazilië. Tijd rekken, onnodige fouten maken of negatief voetballen – zo zijn de Duivels niet. Waar er vroeger nog kritiek kwam omwille van een gebrek aan fantasie en doorzettingsvermogen, horen we nu alleen nog woorden als creativiteit en spelvreugde. Frankrijk neemt de wereldbeker dan wel mee naar huis, wij zijn de kampioenen van het inspirerend en spectaculair voetbal. Vaarwel kritiek, hallo positiviteit.

Dankzij dat alles durfden we eindelijk de grote droom koesteren om wereldkampioen te worden, eerst nog bedachtzaam, daarna onbezonnen (en “on-Belgisch”). De droom werd uiteindelijk dit jaar geen werkelijkheid, maar wie maalt daar eigenlijk om. We waren de mooiste ploeg, en we hebben hoop voor de toekomst, en binnen twee jaar zullen we opnieuw verbroederen op de Belgische pleinen. En wat maakt het dan uit of je Belg bent of Vlaming, Antwerpenaar of Brusselaar, of je roots in België liggen, in Albanië, Kongo, Martinique, … En of op je paspoort überhaupt de Belgische nationaliteit vermeld staat. Het deerde de Nederlandse supporters die zich massaal achter onze jongens schaarden in elk geval niet. Of de neutrale kijkers die tijdens onze halve finale zagen dat wij wilden voetballen, en Frankrijk niet. De mensenmassa die de Duivels gisteren ontving in Brussel was een prachtige en uitzinnige verzameling van verschillende kleuren en culturen, net als ons nationale ploeg zelf. Als je je achter eenzelfde doel verenigt, dan vergeet je je verschillen. We zouden het vaker moeten doen. De voorbije weken waren we allemaal “Belgen”, synoniem voor “Supporters Van Onze Rode Duivels”. Tous ensemble!

 

Joyce Verschueren

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestEmail this to someonePrint this page