Een nieuw boek van Luc Verhuyck over Napels

0

Luc Verhuyck is voor veel lezers van dit magazine geen onbekende. Deze geboren Antwerpenaar groeide op in Mortsel, heeft zijn hele onderwijsloopbaan lesgegeven aan vijfde- en zesdejaarsleerlingen in het Sint-Gabriëlcollege in Boechout en woont in Edegem. Hij schreef eerder al boeken over Rome, Firenze en Venetië en begeleidt voor het Davidsfonds cultuurreizen naar de genoemde steden en ook naar Napels. Een boek over deze laatste stad kon dus niet uitblijven. Na aandacht voor zijn vorige boeken ging Mensen zijn Media voor ’t Periodiekske en De Passant! opnieuw met hem praten.

De titel van uw boek luidt Napoli, anekdotische reisgids voor Napels en omstreken. Waarom die Italiaanse naam?

L. V. – Dat heeft alleen maar met de titels van mijn vorige boeken te maken. Mijn anekdotische reisgids over Rome heet weliswaar SPQR, maar die over Florence heet FIRENZE en die over Venetië VENEZIA. De keuze voor de Italiaanse naam past dus in dat rijtje, want eigenlijk is het een soort reeks. Mijn ultieme droom is trouwens dat de vier boeken over de vier belangrijkste Italiaanse cultuursteden ooit samen in een cassette zouden verschijnen, al denk ik niet dat het ooit zal gebeuren. Iedereen kent natuurlijk Buona Sera van Louis Prima: Buona sera, signorina, buona sera, it is time to say goodnight to Napoli. Neen, flauw grapje. Excuus.

Zeg nog eens wat we moeten verstaan onder anekdotische reisgids?

L. V. – Ik ben eigenlijk blij dat u dat vraagt, want heel wat mensen denken dat het verhalen zijn die ik persoonlijk tijdens privéreizen heb meegemaakt, maar dat is dus hoegenaamd niet zo. Er staat niets privé in. Zoals andere mensen bijvoorbeeld postzegels, bierviltjes of munten verzamelen, heb ik anekdotes over die Italiaanse steden verzameld. Het gaat om volksverhalen, stadslegenden, petites histoires, faits divers, leuke weetjes en aardigheidjes die in de courante reisgidsen niet te vinden zijn. Iedereen kan zich voorstellen dat men ergens op reis is en men hoort een reisgids, ik bedoel nu een persoon, in een taal die men begrijpt verhalen vertellen die de aandacht trekken. Men houdt de pas even in om stiekem mee te luisteren en zich te verbazen over wat die man of vrouw vertelt. Wel, dat soort dingen vindt u terug in mijn boeken.

Waar hebt u die verhalen dan vandaan? Van het internet?

L. V. – Mijn boeken zijn gebaseerd op papieren bronnen: literatuur, geschiedenis, kunstgeschiedenis, geschiedenis van de pausen, biografieën, dagboeken, correspondenties, oude reisverhalen. Ik lees die thuis, maak altijd notities en ga tijdens de zomervakantie ter plekke controleren of wat ik allemaal gelezen heb wel klopt, voor zover dat mogelijk is natuurlijk, maar juist daardoor heb ik aan elk van die boeken vijf, zes jaar gewerkt. Eenmaal ter plekke vind ik weer nieuwe dingen. Internet gebruik ik eigenlijk alleen om hier en daar dingen of data te controleren en vaak helpen afbeeldingen online me wel.

Worden de mensen niet afgeschrikt door de slechte reputatie van Napels?

L. V. – Dat is zonder meer zo, maar volgens mij grotendeels ten onrechte. Het maakt een bezoek aan Napels altijd een tikkeltje spannend. Kijk, ik ben vaak en langere tijd in Napels geweest en ik durf eerlijk toe te geven, de allereerste keer had ik dat ook, maar in een stad van bijna drie miljoen inwoners wonen hoofdzakelijk brave en vriendelijke mensen en slechts een kleine minderheid houdt zich bezig met misdaad of maakt deel uit van Camorraclans, want die zijn er natuurlijk wel, maar ook in Antwerpen moet men op zijn hoede zijn en bestaat er een misdaadmilieu. In Berchem, Borgerhout, Antwerpen-Noord ontploffen geregeld granaten, en ook op verschillende plaatsen in het landelijke en vredige Limburg vinden er afrekeningen plaats binnen het drugsmilieu. Er zijn ook mensen die angst hebben om naar Amsterdam te gaan.

Wat trekt u zo aan in Napels?

L. V. – Ik heb nauwelijks reiservaring buiten Europa, dus ik kan niet vergelijken met Mexico-City of Bogota om maar die te noemen, maar in Europa vind ik Napels absoluut en zonder veel concurrentie de meest fascinerende stad die ik ken. Cervantes, Goethe, Stendhal vonden Napels de mooiste stad van het universum. Napels bruist en kolkt, kookt en wemelt, leeft uitbundig, is boeiend en druk, vuil en arm, maar ook betoverend en aangrijpend, sympathiek en charmant. Het is wellicht ook de enige stad waar de meest kansarme en armoedige mensen het historische centrum bevolken. Ze wonen daar vaak in straten waar nooit zon komt in zogenaamde bassi, eenkamerflatjes van vier bij vier of vijf bij vijf met één raam waar behalve een tweepersoonsbed, ook een tafel, een paar stoelen, een koelkast, een kookfornuis en een ingeschakelde televisie staan. Die mensen wonen daar soms met twee, drie, vier kinderen die elke avond hun vouw- of veldbed moeten opstellen. Ze hebben wel nog een apart toilet met douche. Het welgestelde en rijke volk woont in de heuvels rond de stad met magnifiek uitzicht op de baai van Napels en de Vesuvius.

Vertelt u ook iets over de Camorra?

L. V. – Vast en zeker, ik heb een hoofdstukje van vijftien-zestien bladzijden specifiek aan de Camorra, de Napolitaanse versie van de maffia, gewijd. Dat kon ook moeilijk anders, want de meeste mensen zijn zeer geïntrigeerd door het fenomeen. In de stad merkt u daar nauwelijks wat van, behalve dan bij de illegale straatverkoop op markten van veelal gesmokkelde sigaretten. Af en toe proberen straatschoffies van 12, 13, 14 jaar met brommers, de zogenaamde babybosses die lid zijn van een paranza of kinderclan, zich tegenover anderen te manifesteren, hun buurt te terroriseren en zodoende te solliciteren naar lidmaatschap bij de misdaadorganisatie. Het is ook niet verstandig om met opzichtige of kostbare juwelen in de kansarme buurten rond te lopen, maar geloof me, het toerisme in Napels neemt alsmaar toe. De stad verdient dat ook.

In de titel van uw boek is ook sprake van omstreken. Wat bedoelt u daarmee precies?

L. V. – De stad zelf heeft al ongelooflijk veel te bieden, maar in de onmiddellijke omgeving liggen Pompeii, Herculaneum en Stabia die in 79 na Chr. door een uitbarsting van de Vesuvius van de kaart zijn geveegd, de eilanden Capri, Ischia en Procida, Pozzuoli met Sofatara, de Vesuvius dus, de enige nog actieve vulkaan op het Europese vasteland en vlakbij de Amalfitaanse kust, die de mooiste kust van Europa heet te zijn, Sorrento, Salerno, Paestum met zijn perfect bewaarde Griekse tempels en Portici, u bekend van De Stomme van Portici, de opera van Daniel Auber die in 1830 aan de basis lag van de Belgische onafhankelijkheid, ligt ook vlakbij.

Tot slot: iedereen kent de uitdrukking Napels zien en dan sterven. Waarop slaat dat?

L. V. – Tja, een beetje een vervelende vraag, want een sluitend antwoord bestaat er niet. In mijn boek heb ik er een kapitteltje aan gewijd. Ik heb er zes of zeven verschillende verklaringen voor gevonden. Enkele ervan zijn, in mijn ogen althans, volslagen onzin. De uitdrukking wordt overigens in verschillende talen gebruikt. Het is een vertaling of interpretatie van Vedere Napoli poi mori. Nu is mori de stam van het werkwoord morire en vandaar ligt de link naar sterven natuurlijk voor de hand. Er wordt beweerd dat Napels zoveel te bieden heeft, dat men na Napels gezien te hebben eigenlijk alles gezien heeft. Er wordt ook gezegd dat men na een bezoek aan Napels zou kunnen doodgaan aan cholera, omdat de stad vaak door die ziekte geteisterd werd of aan de gevolgen van syfilis, in het Frans ook wel bekend als Le mal de Naples. Er is de dreiging van de Vesuvius. Een plausibele verklaring zou kunnen zijn: eens voorbij Napels komt men in een gebied dat door de Moren beïnvloed is. Dan heeft het niets met sterven te maken en betekent het: Napels zien en dan de Moren. Kies dus maar.

Foto: Gerda Goossens

Luc Verhuyck, Napoli. Anekdotische reisgids voor Napels en omstreken, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 512 p., 24,99 euro – verkrijgbaar in de boekhandel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here