Home Topics Interviews Dirk Draulans – Bioloog, schrijver, natuurmens

Dirk Draulans – Bioloog, schrijver, natuurmens

0
Dirk Draulans - Bioloog, schrijver, natuurmens

Dirk Draulans is bij het grote publiek bekend als bioloog, van programma’s als De Laatste Show en Beagle: In het kielzog van Darwin. Hij is ook – en vooral – journalist bij Knack, maar ook spreker, schrijver en natuurmens. We spraken met hem over zijn carrière, over wilde avonturen en over de natuur.

U bent bioloog van opleiding, maar ook journalist, spreker, … Hoe sluiten uw expertises op elkaar aan?

Dat is eigenlijk ‘per accident’ gekomen. Ik was op weg om een academische carrière te maken, om prof te worden, maar plots liep dat mis, zoals dat in de academische wereld de regel is (lacht). Iemand anders werd in mijn plaats benoemd en toen heb ik beslist om te vertrekken.

Het is in feite een bijzonder verhaal, een situatie waarvan je denkt – “hoe kan zoiets nu?” Ik werkte toen in Oxford nog aan een postdoctoraat, maar moest terugkeren naar België om mijn kandidatuur aan de KUL te verdedigen. Daar kreeg ik meteen te horen dat men al wist dat men iemand anders zou benoemen. Diezelfde dag moest ik naar de tandarts en terwijl ik daar in de wachtzaal zat, heb ik een Knack vastgenomen, een blad dat ik toen nog nooit gezien had. Later bleek dat de enige Knack ooit te zijn waarin een vacature stond voor journalisten met ervaring in de wetenschappen. Die vacature heb ik er toen uitgescheurd en ik heb me kandidaat gesteld. Ik was van de 12 kandidaten die weerhouden werden de enige zonder journalistieke ervaring. De Witte & Morel beheerde toen de sollicitatieprocedure en Ivan De Witte, vandaag de voorzitter van KAA Gent, noemt me nog altijd een van “zijn ontdekkingen”. Mijn geluk was dat De Standaard toen net Gerard Bodifée, de sterrenkundige, had aangenomen en daar groot mee had uitgepakt. Rik De Nolf, eigenaar van Knack, die de laatste 12 kandidaten sprak, zei: “Ik wil ook een doktoor op mijn redactie” en hij heeft mij toen naar voren geschoven. Ik ben een half jaar op proef aangenomen en kijk, dat is nu 32 jaar geleden.

De man die uiteindelijk als prof werd benoemd in Leuven hebben we met Knack ooit zwaar onderuitgehaald. Er is toen fel gereageerd op het feit dat uitgerekend ik dat stuk had geschreven en ik heb toen het verwijt gekregen dat het een afrekening was – wat ik ook niet kon ontkennen. Daarop heeft de beste prof die ik zelf ooit heb gehad, iemand waarmee ik nog altijd contact heb, een brief geschreven naar mijn toenmalige hoofdredacteur met de boodschap dat ik veel beter was in wat ik nu deed dan ik ooit geworden zou zijn als ik prof was geweest. Toen was ik daar behoorlijk pissed over, maar eigenlijk is dat juist. Ik ben te ongeduldig om een goeie wetenschapper te zijn.

Tv was trouwens ook geen carrièreplan, ook dat is er per ongeluk bijgekomen, toevallig op het juiste moment. Bruno Weyndaele presenteerde toen nog De Laatste Show. Mark Uytterhoeven zat er toen op de redactie en wilde een rubriek met dieren. Hij had me toevallig aan het werk gezien, nodigde me uit om eens te komen praten en zo ben ik drie jaar lang elke dinsdagavond op tv verschenen. Daaraan heb ik mijn mediabekendheid te danken.

(lees verder onder de foto)

Bent u vandaag nog veel met biologie bezig?

Ik ben vooral met natuurbehoud bezig. Er zijn een paar dingen die ik intensief opvolg en dat wisselt ook wel. Ik heb me bijvoorbeeld tien jaar beziggehouden met de bescherming van bonobo’s in Congo. De meest relevante reis die ik ooit heb gemaakt waren drie maanden in het Salonga National Park, samen met mijn toenmalige vriendin, een bonobo-onderzoekster. Dat moet in 1996 geweest zijn, toen daar nog haast nooit een blanke geweest was. Het was indertijd gebouwd als reservaat voor de bonobo, ter grootte van pakweg drie Belgische provincies in het hartje van het regenwoud, maar niemand wist of er nog parkwachters waren of zelfs of er überhaupt nog bonobo’s waren. Ikzelf was toen voor Knack vooral bezig met oorlogsverslaggeving en ik heb toen vier militairen ingehuurd om ons te beschermen op die reis omdat het toen een onveilige regio was. Uiteindelijk hebben zich nog twaalf parkwachters aangesloten die ook wel wat wapens hadden, maar we zijn er toch nog in de problemen gekomen met georganiseerde stropersbendes. Als we er alleen naartoe gegaan waren, dan waren we ongetwijfeld geliquideerd geweest. Er bleken gelukkig toch effectief bonobo’s te zitten en we hebben het park gelukkig ook op de kaart kunnen zetten. Vandaag wordt het gerund als een min of meer normaal nationaal park. Uiteindelijk hebben we de stroperschef, een gedeserteerde kolonel uit het leger van Mobutu, toch kunnen arresteren en hij is naderhand ingezet om de parkwachters op te leiden (lacht).

De jongste jaren hou ik me vooral bezig met de wolven in België, met het verhaal van Naya onder andere. Ik zal niet rusten voor we haar shooters aan de schandpaal gespijkerd hebben. We weten wie ze zijn, we moeten het alleen juridisch hard kunnen maken. De onderzoeksrechter is ermee bezig.

Ongelooflijk dat zoiets nog gebeurt vandaag …

Het is hopeloos. Het zal altijd een strijd blijven tegen jagers die vinden dat ze het recht hebben om in de natuur te doen wat ze willen. Vossen, wolven, … ze vinden dat die in de weg lopen en ze verkopen dat als ‘natuurbeheer’. Er worden in België elk jaar wel 12.000 vossen geschoten. Veel mensen weten dat niet, maar dat zijn gigantische aantallen. Ik kom hier zelf geregeld jagers tegen en ik heb er altijd ambras mee.

U haalt hierboven aan dat u ook oorlogsjournalist bent geweest, hoe is dat gekomen?

Eens je de middelen hebt gekregen om als redacteur te werken bij een blad als Knack, dan begrijp je wel snel dat wetenschap eigenlijk een saai onderwerp is in de journalistiek. Iemand heeft iets onderzocht en jij vertaalt dat onderzoek naar een publiek dat erin geïnteresseerd is. Na een jaar had ik al door dat er heel wat andere mogelijkheden waren. Dat was eind jaren ’80, toen CNN en VTM opkwamen en het journaal veel directer aan het worden was. Ook bij Knack beseften we dat we veel meer ter plekke reportages moesten maken. Een collega heeft toen het humanitaire luik voor zijn rekening genomen, terwijl ik me verdiepte in de oorlogsverslaggeving. Zo behield ik de combinatie van journalistiek en avontuurlijk reizen. Ik ben tien jaar intensief met oorlogsverslaggeving bezig geweest, tot ik echt te veel schrik kreeg.

Hoe begint een mens aan een reportage in oorlogsgebied?

Wat je heel snel leert, is dat alles wat je híer leert, al niet meer klopt eens je ter plekke bent. Op den duur informeerden we ons zelfs niet meer vooraf. Het enige wat we hier voorbereidden, was de manier waarop we in het gebied in kwestie zouden binnenraken. Vaak reden we gewoon met de wagen naar de oorlog toe en keken we ter plekke wat er gebeurde. Zo had de redactie ooit via via contact met een Congolese rebellenchef die lang in België had gewoond. Die man zelf hadden we nooit gesproken, maar op een bepaald moment kregen we een fax waarin stond dat we op dat moment op die plek in Oeganda moesten zijn en dat iemand ons zou komen halen. Een vaag verhaal, maar uiteindelijk hebben mijn fotograaf (en beste vriend) Wim en ik toch beslist om te vertrekken. Op de redactie hebben we nooit verteld dat we alleen die fax hadden (lacht).

We hebben drie dagen gewacht in het hotel zonder te weten wat er zou gebeuren. Er kwam ons wel iemand zeggen dat we moesten wachten – wij dachten dat het de rebellenchef zelf was, maar later bleek het zijn chauffeur te zijn die zichzelf voordeed als rebellenchef (lacht). Op een zekere ochtend moesten we toch inpakken en vertrekken. Ze hebben ons toen in een oud vliegtuig gestopt met een hoop andere mannen die allemaal aan het roken waren – een vliegende bom, voor een vliegreis van 8 uur. We wisten niet waarnaar we onderweg waren, maar uiteindelijk landde het toestel, ging de klep open en zaten we middenin het rebellengebied, waar we uiteindelijk zes weken gebleven zijn. Een van de beste verhalen die ik ooit gemaakt heb.

De onderwerpen waarover u schrijft zijn in elk geval divers, ik zag bijvoorbeeld recent ook een stuk over euthanasie …

De allereerste keer dat euthanasie in de Vlaamse pers kwam, was een stuk van mij waarin ik voor Knack huisartsen interviewde over hun euthanasiepraktijken in 1989, in de naweeën van de abortuscrisis. Daaruit bleek toen dat artsen euthanasie uitvoeren uit liefde voor hun patiënten, maar toen was dat nog onwettig. Het werd een van mijn verhalen met de meeste impact. Ik vind nog altijd niet dat iemand zich te moeien heeft met het einde van iemands leven – hoewel je natuurlijk rekening moet houden met mensen errond. Ik denk bijvoorbeeld aan het proces van Tine Nys onlangs – ongelooflijk, hoe ideologisch gedreven advocaten die zaak gebruiken om hun eigen weerstand tegen euthanasie te verkopen. Ik moet denken aan Stijn De Paepe, de huisdichter van De morgen, die schreef “Haar vertrek en haar verdriet. Het zijn onze zaken niet.” Daarmee is letterlijk alles gezegd.

Hoe blijft u op de hoogte?

Er komt van alles op me af. Wetenschappelijke tijdschriften, maar ook een groot netwerk van wetenschappers die allerlei zaken signaleren. Soms kom je ook gewoon mensen tegen, onverwacht. Vaak gebeurt het met iemand waarvan je nog nooit gehoord hebt, dat je achteraf denkt, “wauw”. Zo had ik onlangs een bijzonder leerrijk en hoopgevend gesprek met een klimaatwetenschapper.

Is het klimaatprobleem voor u een behapbaar thema?

Ja hoor! Het houdt me natuurlijk bezig, die gigantische greep van de mensheid op de rest van het leven – een rode draad in mijn bestaan. Tijdens mijn jeugd werd ik er al mee geconfronteerd – zo heb ik de korhoen in de Kempen weten verdwijnen, een vogel waarvoor ik soms ’s nachts opstond. Zelfs toen al had ik ruzie met de jagers. Ondertussen is het probleem alleen maar veel groter geworden. De klimaatopwarming is echt een manifestatie van het feit dat wij leven op de kap van al de rest, anders zouden we ook nooit zo’n comfort kunnen creëren. Op een bepaald moment keert zoiets zich tegen je. Velen vinden dat we geen verantwoordelijkheid dragen en dat de economie het belangrijkste is, maar men beseft nog altijd niet wat eraan komt. Neem de recente sprinkhanenplaag in Afrika of de bosbranden in Australië – die fenomenen zijn er altijd geweest, maar dit is du jamais vu. In de zomers kurkdroog en in de winters drijfnat, het was voorspeld.

Voor mezelf moet ik het niet meer doen, maar ik heb een kleinkind van zes. Als ik die bezig zie, dan vraag ik me soms af wat die zal meemaken tegen het einde van de eeuw, maar dat wil men niet zien. Blijkbaar vinden we het nog altijd het belangrijkste dat de economie onaangetast blijft.

Vreemd, want ondertussen lijkt er toch wel een draagvlak te zijn voor klimaatmaatregelen …

Ik vind zelfs dat politici niet moeten wachten op dat draagvlak. We hebben nood aan visionaire mensen. Ik begin er meer en meer van overtuigd te raken dat onze democratie niet geschikt is om dit soort problemen aan te pakken, maar zoiets mag je natuurlijk niet zeggen. Er zijn nog altijd te veel mensen die niet beseffen dat we moeten opboksen tegen het monster van ons atmosferische systeem. Het heeft 150 jaar van ononderbroken uitstoot van broeikassen gevraagd om dat systeem om te draaien en nu moeten we het weer terugkeren. Dat is moeilijk.

Ik vind ook niet dat we niet meer met de auto mogen rijden of niet meer mogen vliegen want zoiets werkt niet. We moeten ons wél bewust maken en ons toch zoveel mogelijk aanpassen naar de transitie, een balans proberen te vinden. Als iedereen al een deel van zijn gedrag aanpast, komen we ook al een heel eind. Men maakt de mensen bang met verhalen van bakfietsen en boshutten, maar dat is helemaal niet nodig. We kunnen duurzaam leven zonder ons comfort te verliezen.

Jongeren zoals Greta en Anuna hebben natuurlijk een symboolfunctie. Greta is een bezorgd kind met een geweldig goeie boodschap. Zij steunt volledig op wetenschap, niet op ideologie. Toch krijg ik, omdat ik haar verdedig, mails als “Draulans, lelijk gehandicapt Zweeds wicht moet permanent worden opgesloten”. Dan sta ik versteld: een zestienjarig meisje dat zich zorgen maakt over de toekomst en pleit voor een betere wereld, laat haar toch doen, zelfs al ben je het niet met haar eens? De scheldtirades tegen dat meisje, onwaarschijnlijk! Beelden van een opgehangen Greta, beangstigend. Sociale media – iedereen de hakken in het zand en maar roepen tegen elkaar.

(lees verder onder de foto)

Raakt u dat nog?

Soms wel, ja. Niet persoonlijk, maar je voelt hoe groot de weerstand tegen de transitie is en dan besef je dat het nog een moeilijk gevecht wordt. Het is nog een lange weg en we hebben niet veel tijd meer, maar veel mensen hebben nog altijd niet door hoe ernstig het is. Het valt me dan op dat nu met het coronavirus de wereld helemaal stilvalt, terwijl het klimaatprobleem ook een levensbedreigend probleem is. Al wat we zouden moeten doen om de strijd tegen de klimaatopwarming te winnen en wat men obstinaat weigert te doen omdat men geen comfort wil inleveren, kan nu wel.

Ik word constant heen en weer geslingerd tussen optimisme en pessimisme. Het is alleszins een goed signaal dat Europa het nu eindelijk als prioriteit heeft aangeduid en bijvoorbeeld in China is men al massaal bezig met de transitie. Ze zijn met zodanig veel en hun infrastructuur is nog verouderd waardoor ze nog veel uitstoten, maar de Chinezen zijn een heel snelle transitie aan het maken.

Wat brengt de toekomst voor u?

Ik ben wel stilaan aan ’t uitbollen want ik word 64, er hoeft niks meer, ik kijk met tevredenheid terug op mijn carrière. Nu exact tien jaar geleden was ik voor Canvas acht maanden de wereld aan het rondvaren in een grote zeilboot voor Beagle: In het kielzog van Darwin. Dat was onwaarschijnlijk. Toen ik nadien thuiskwam, dacht ik: “Nu hoeft er echt niks meer.” Een plezant gevoel! In die reis kwam alles samen waarmee ik ooit bezig geweest ben – biologie, Darwin zelfs, avontuurlijk reizen, Knack deed ook mee, … Alles was vooraf geregeld waardoor we nergens tijd verloren. Fantastisch!

Ook bij dat project werd ik trouwens weer per ongeluk betrokken. Het was in feite een project van VPRO, bestemd voor Midas Dekkers, een bekend bioloog, maar die vertrouwden ze blijkbaar niet helemaal. Ze hadden iemand nodig die Engels en Nederlands sprak en liefst ook Frans, iemand die iets wist over biologie, kon schrijven en televisie-ervaring had – tja, zo zijn er niet veel hé (lacht). Ik had toen net voor Canvas een monoloog opgenomen over evolutiebiologie. Canvas sponsorde het project. Zij hebben mij toen voorgesteld bij VPRO en twee dagen later was het contract getekend – ook weer iets waarvoor ikzelf niet heb moeten lobbyen. Ik heb veel geluk gehad, moet ik eerlijk zeggen, maar ik werk natuurlijk in een niche waarin niet veel anderen zitten.

U bent vaak in de open lucht, waar gaat u en waarnaar kunnen beginnende wandelaars op zoek?

Waarnemingen, vogels, vlinders, … Er gebeurt altijd iets. Het idee dat groen gezond is en dat wandelen goed is voor je, komt wel op in Vlaanderen en dat is een goed teken. Zelfs in een park in de stad gaan wandelen is gezond, dat is aangetoond. Er zijn meer dan genoeg veldgidsen die je kan gebruiken om je te laten leiden. De natuur staat open voor de mens en als je respect hebt voor de natuur, dan is er geen enkel probleem!

Joyce Verschueren

Foto’s: © Lies Willaert

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here