De hond als getuige in de rechtbank

0

Hondenhaar wordt frequent teruggevonden op plaatsen van delict en op overtuigingsstukken. Het wordt makkelijk verspreid, ook bijvoorbeeld via de kledij van de eigenaar. Zodoende kan hondenhaar bewijsmateriaal leveren dat slachtoffers en verdachten aan mekaar linkt.

In het kader van een doctoraatsproject van de Universiteit Antwerpen werd aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) onderzocht hoe de bewijskracht van een DNA overeenkomt om het bewijsmateriaal tussen hondenstalen te verhogen. Het resultaat is een strategie om mitochondriaal DNA uit hondensporen met een grotere waarschijnlijkheid aan een welbepaalde hond te linken.

Momenteel is de analyse van hondensporen voornamelijk gebaseerd op de sequentiebepaling van een klein stukje, erg variabel niet-coderend mitochondriaal DNA. Een Belgische studie van 346 honden toont dat de kans dat twee, willekeurig gekozen honden een verschillend DNA-profiel hebben gemiddeld 92,9 procent is. ‘De drie vaakst voorkomende DNA-profielen vertegenwoordigen samen niet minder dan 40 procent van de Belgische hondenpopulatie. Hoe vaker een mitochondriaal DNA-profiel voorkomt in een populatie, hoe groter de kans dus op een toevallige overeenkomst. De bewijskracht bij overeenkomst verlaagt hierdoor’, zegt Sophie Verscheure, doctorandus en DNA-onderzoeker aan het NICC. Het idee achter haar doctoraat is de ontwikkeling van een strategie om honden met deze drie vaakst voorkomende DNA-profielen op te splitsen in subgroepen, door de variabiliteit in het resterende mitochondriaal genoom te onderzoeken.

Voor 81 honden met deze vaakst voorkomende DNA-profielen werd de sequentie bepaald van het volledige mitochondriaal genoom. Dit leverde 26 variabele posities op, wat toelaat de honden met deze

drie vaakst voorkomende DNA-profielen te verdelen in 25 subgroepen. Vervolgens werd een methode ontwikkeld om de identiteit van deze posities te bepalen in DNA uit hondenhaar. ‘Voortaan kunnen we deze methode toepassen in forensisch onderzoek indien DNA-stalen overeenstemmen met één van deze vaakst voorkomende honden mitochondriaal DNA-profielen. Dit levert een hogere bewijskracht op indien hun DNA-profielen ook gelijk zijn na deze bijkomende analyse’, legt Sophie uit. Met behulp van deze strategie stijgt de kans dat twee willekeurig gekozen honden uit de bovengenoemde studie een verschillend DNA-profiel vertonen van gemiddeld 92,9 naar 97 procent. Een opmerkelijke stijging in discriminerend vermogen. ‘Hondenharen kunnen een belangrijke ondersteuning bieden in gerechtelijke onderzoeken met weinig forensisch bewijsmateriaal. Met deze nieuwe strategie kunnen hondenharen een grotere bewijskracht leveren dan voordien, met de hond als ‘stille getuige’ in rechtszaken”, aldus Sophie Verscheure.

EM

Geen posts om weer te geven

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here