Bouwmeester

0

Niet elke dag zit een bouwmeester tegenover me. Het is een exclusief beroep en België telt maar vijf architect-urbanisten die de titel mogen dragen. De bekendste is bOb Van Reeth. Ze werken in opdracht van de overheid: steden (Antwerpen, Gent, Charleroi) en gewesten (Vlaanderen, Brussel). Met die van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Kristiaan Borret, dronken we koffie in het kantoor van de Maître Architecte, op een boogscheut van het Koninklijk Paleis.

Het begrip ‘bouwmeester’ roept beelden op van middeleeuwse ontwerpers, tegelijk bouwmanagers van kathedralen en grootse publieke gebouwen. Die taak is afgevoerd: een bouwmeester bouwt niet. Wat doet hij dan wel? Aanwezig en neutraal zijn, afwegen, adviseren, coördineren tussen al die stakeholders. Dat zijn: de Brusselse regering, de politiek, de inwoners -het Gewest telt er nu 1.200.000 en er komen er jaarlijks 15.000 bij-, de bouwpromotoren en projectontwikkelaars. Tussen al die partijen is hij bruggenbouwer. Een delicate opdracht. Borret was eerst Antwerps stadsbouwmeester van 2006 tot 2014. In die periode ontving hij o.m. de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Architectuur en Vormgeving voor zijn kwaliteiten als bemiddelaar en zijn diplomatische creatie van een gemeenschappelijk draagvlak. Geprezen door vriend en vijand, nam hij enkele maanden later afscheid van het Antwerpse stadsbestuur. “Het klikte niet meer. Het was niet meer werkbaar.” Ook nu in Brussel krijgt hij kritiek uit een bepaalde politieke hoek. Borret verwijst naar een bepaalde oude cultuur, ‘old school’, vertegenwoordigd door een horde hongerige bouwpromotoren die 50 jaar lang vrij spel hadden, zonder kwaliteit te leveren.

Het Brussels Gewest heeft een enorme bevolkingsdichtheid: 7500 inwoners per km2, d.i. 3 keer meer dan Antwerpen. Het is bovendien verdeeld in 19 gemeenten, kleine koninkrijken met hun eigen politiek, zeden en gewoonten. Diversiteit en complexiteit op alle vlakken, die hij ook wil verbinden op het vlak van urbanisering. Een bouwmeester vult geen lege oppervlakte. De stad krioelt als een mierennest, met al haar buurten, wijken, gebouwen, parken, wegen, historische sites. Toch is er nood aan een globale visie. Met veel respect staat Borret open voor projecten en plannen. Architectuurwedstrijden worden georganiseerd en kwaliteitskamers discussiëren over contextuele, ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke relevantie en duurzaamheid. Hij tracht alle lagen van de Europese stad op elkaar af te stemmen en de eenzijdigheid van bepaalde zones te transformeren in wat hij ‘mixiteit’ noemt. Een zone met alleen kantoren, zonder bewoning, vindt hij bv. fout. De ruimtelijke en sociale kloof tussen ‘white collars’ en ‘blue collars’ wil hij dempen. In de stad zelf zouden best bedrijvige kmo’s aanwezig zijn: garages, milieuparken en magazijnen.

Bij al die afwegingen stelt hij zich niet op als Keizer Nero die oordeelt, kiest en verwerpt. “Mooi” en “lelijk” bestaan trouwens niet voor hem. “Kwaliteit is contextgebonden. Wij zoeken naar maatschappelijke relevantie.” Waarop Borret o.m. zijn zinnen zet: de Kanaalzone, 14 km lang, die zeven gemeenten van het Gewest doorkruist. Het plan biedt een antwoord op 3 uitdagingen: de explosieve bevolkingsgroei, het gebrek aan productieve stadseconomie en de zwakke sociale samenhang tussen de wijken. Bovendien zou het gebied een alternatief aanreiken voor de ‘torenbouw’ en andere woonvormen aanbieden. Het beroep van bouwmeester, vergelijk het met dat van een evenwichtskunstenaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here