Blobvis

0

Er was een dag in mei dat de honingzoete actrice Doris Day op haar 97 jaar overleed. Een beetje truttig, was ze toch een publiekslieveling, o.m. dankzij haar troostende song “Que sera sera”. Diezelfde dag maakte Tom Dumoulin, kandidaat voor weer een roze trui in de Giro, een pijnlijke val in de 4de rit. Vooral: die dag gaf onze Pieter-Jan een opgemerkte spreekbeurt over de blobvis, genomineerd als lelijkste dier op aarde en alleen waarneembaar in de diepe kustwateren van Australië en Tasmanië. Die dag ging dat freaky songfestival weer van start. En toch, die frisse meidag leek heel normaal te worden, toen ik mijn fiets bij het station van Mortsel Oude-God parkeerde.

In de tochtige spelonk van dat station kon je de verwarring horen, zien en ruiken. De op het scherm aangekondigde treinen waren allemaal op rood geslagen: “Rijdt vandaag niet”. De bekende vrouwenstem schalde onophoudelijk en meldde iets van “brand in Brussel-Noord” en “vandalisme”. Zou de bevende zwerver die op de Brusselse sporen op zoek was naar warmte, een cabine binnenstapte en daar een vuurtje stookte, beseft hebben wat de impact was op alle trafiek voor meerdere dagen? Telefonerende, sms’ende en surfende reizigers, elk met de persoonlijke consequenties van het incident, als bakstenen op de lege maag. “Dan werk ik vandaag thuis”. “Ik tracht naar kantoor te komen, maar ik weet niet wanneer en of dat zal lukken”.

Sommigen vatten het met de glimlach op. De koffiebar boven de sporen bleek nokvol. Een halfuur zat ik tussen twee dames op het perron te luisteren naar de opvoedingsproblemen met jonge honden. Maar neen, ernst nu. Hoe geraak ik in Brussel? Vrouwlief gebeld die me taxiede naar station Berchem. Nog grotere chaos daar. Schetterende luidsprekers. Schermen, afgeladen vol met gecancelde treinverbindingen, rumoerige perrons. Tot zo’n NMBS-mannetje de trappen op kwam en het publiek toeriep. “Van de app of de schermen of de mededelingen in dit station klopt er niets. Wil u naar Brussel, dan kan dat niet. En vanavond ook niet. En morgenochtend waarschijnlijk ook niet.”

Hoe ik op een overvolle stoptrein naar Nijvel ben terechtgekomen, als een blobvis voortgestuwd door de massa, kan ik niet verklaren. In elk geval: hij stopte in Vilvoorde, enkele kilometer van mijn werkplek. De blobvis heeft geen zwemblaas en kan daardoor niet in de richting zwemmen die hij wil. He goes with the flow. De blobvis ziet er pas uit als een min of meer gewone vis, wanneer hij de druk van duizend meter water boven hem ondergaat. Twee uur te laat op mijn werk. De volgende dag zou Tom Dumoulin de strijd in de Giro opgeven. “Que sera sera”. Twee dagen later legden de luchtverkeersleiders van Skeyes de vluchten op Zaventem lam.

Hoe oud de blobvis wordt, weten zelfs de wetenschappers niet. Net zoals zij in het duister tasten naar zijn paargedrag. Hij is er en wordt opgemerkt in de sleepnetten van de Australische vissers, maar terug in zee gekieperd. Zijn gelatineachtige lichaam is oneetbaar en onsmakelijk. In al de heisa bleef ik via mijn koptelefoon wel luisteren naar de verkiezingsdebatten. De politici spiegelden een roze toekomst voor. Jammer dat ze niet vertelden, hoe zij zouden beletten dat een schamel brandje het integrale nationale en internationale treinverkeer kan lamleggen. De kwetsbaarheid en weerloosheid van de burger, die zich ook als een blobvis naar de stembus begeeft. He goes with the flow. Que sera sera.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here