Applaus

0
Applaus

Onwezenlijk klonk het applaus in onze straat, elke avond om 20 uur. De geadresseerden waren niet meteen aanwezig, maar het drukte de gemeenschappelijke waardering uit voor de hardwerkende zorgverleners. Tegelijk verbond het de balkons en de voortuintjes: “Blij je terug te zien”. Stiekem ook een schouderklopje voor onszelf -een slechte gewoonte gepikt van “De Slimste Mens”-: ja, ik ben er nog, gezond en wel. Goed gedaan. Applaus als uitlaatklep. Een dag van stilte en eenzaamheid wordt doorbroken. Ik leg eindelijk opnieuw contact met medemensen en samen beseffen we dat het allemaal niet makkelijk is. Als een inventieve buurman daarbovenop de doordringende muzikale tonen gooit van “You’ll never walk alone”, viert de solidariteit hoogtij en voelen we ons hart snel kloppen.

Het Latijnse ‘applaudere’ staat voor ‘klappen’. Hoe oud deze gedragswijze precies is, weten we niet. Alle aardbewoners zijn er alleszins mee bekend: herhaaldelijk de handen ritmisch op elkaar slaan als een uiting van appreciatie. Op welke andere manier zou de mens trouwens geluid kunnen produceren, mocht hij ook niet over zijn stem beschikken? Geroep en handgeklap gaan trouwens vaak samen. Ook ’s avonds in onze straat. Vast staat dat de Romeinen al applaudisseerden, soms wel met de holle hand. Ze knipperden ook wel met duim en middelvinger en zwaaiden met de flap van hun toga. De klapgewoonte werd overgenomen in onze streken en populaire preken in de kerk werden tot de 5de eeuw op applaus onthaald. Ingehuurde ‘Claqueurs’, professionele ‘toejuichers’, verzekerden op een georganiseerde wijze vanaf de 16de eeuw de stemming in theaters.

Toch was applaus onderhevig aan kritiek en werd het soms aan voorschriften gebonden. Kerkdiensten, concerten, opera’s met een ernstig of religieus karakter verboden uiteindelijk de uitingen van enthousiasme. In het muzikale Bayreuth van Wagner moest het bijvoorbeeld stil blijven. Tijdens misvieringen, zoals huwelijken en begrafenissen, werden de laatste decennia de regels versoepeld. Een overleden wielrenner of een pasgehuwd paartje mag rekenen op een uitzinnig applaus. De etiquette van dergelijk gedrag is onderhevig aan conventies die wel eens verschuiven. Klappen tijdens de uitvoering van een muziekstuk, zoals na de verschillende delen, kan helemaal niet. Doe je dat toch, word je bekeken als een idioot en afgevoerd. Bij rock, pop, hiphop, r&b mag alles. Tijdens jazzoptredens worden solisten met een applaus beloond. Bisnummers zijn een gevolg van laaiend handgeklap. Dove mensen flapperen dan met de handjes en traag applaus verraadt ontevredenheid en ergernis. Het weerklinkt wel eens in voetbalstadions.

Verwonderd zit ik wel eens te kijken naar de reactie op vragen of interventies van parlementsleden in de Kamer. De politici zetten de handen op elkaar, naargelang ze tot de meerderheid of de oppositie behoren, ongeacht de kwaliteit van het optreden. Op Rodeneuzendag in 2019 werd het wereldrecord applauslengte van 2 uur en 32 seconden verbroken. Het gaf vorm aan de wens om jongeren sociaal, mentaal en fysiek weerbaarder te maken. Applaus is dus blijkbaar de verpakking om emoties en ideeën gestalte te geven. Zelf vind ik applaus wat ongenuanceerd en vaak zelfs dom. Handgeklap mag misschien extra’s en uitzonderlijke inzet wel onderstrepen, maar indien we onze taken uitvoeren zoals het hoort -het beroep, het gezin …- dan lijkt het overbodig. Daarom kijk ik zelf zelden uit naar dergelijke primitieve non-verbale expressievormen. En wanneer men ooit definitief afscheid van me neemt, vind ik een oorverdovende stilte meer gepast. “I did what I had to do. I did it my way.”

"Als men de ogen sluit, klinkt de regen als applaus" (Enno Bunger)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here