Home Geen categorie 21 maart … lente! Of toch niet?

    21 maart … lente! Of toch niet?

    0
    21 maart … lente! Of toch niet?

    In de lagere school leren we met z’n allen dat de lente elk jaar begint op 21 maart, lekker makkelijk. We leren er ook dat de lente en de herfst beginnen op die twee momenten van het jaar dat de dag en de nacht allebei even lang zijn, elk 12 uur dus, vandaar ook de termen ‘nachtevening’ en ‘equinox’. Zo’n gelijke dag en nacht zijn er doordat de zon die dag loodrecht invalt op de evenaar. Na de lente-equinox worden de dagen langer, tot de zomerzonnewende, wanneer de zon het hoogste aan de hemel staat. Het woord ‘lente’ is trouwens verwant aan de woorden ‘lang’ en ‘verlengen’.

    Astronomisch …

    Klinkt logisch, denk je? Niet helemaal. De astronomische lente begint dit jaar namelijk helemaal niet op 21 maart, maar wel op 20 maart, om 4.50 uur om precies te zijn. Dit jaar is dat precieze tijdstip immers het moment dat de zon loodrecht invalt op de evenaar. Ook de volgende decennia begint de astronomische lente op 20 maart, sommige jaren zelfs op 19 maart. Dat men zegt dat de lente elk jaar begint op 21 maart, is louter een kwestie van een gemaakte afspraak.

    We zijn er nog niet helemaal. Nemen we het tijdstip van de zonsopgang en zonsondergang van 20 maart 2020 erbij, dan zien we dat de zon op 20 maart opkomt om 6.45 uur en ondergaat om 18.56 uur en dat er die dag dus op het eerste gezicht geen sprake is van een ‘nachtevening’. Die valt volgens de kalender dit jaar wel op 17 maart, wanneer de zon opkomt om 6.51 uur en ondergaat om 18.51 uur. Hoe kan dat?

    20 maart is wel degelijk de datum dat de zon loodrecht invalt op de evenaar en waarop de dag dus even lang is als de nacht. Er zijn twee redenen die dat feit niet weerspiegelen in het tijdstip van de voorspelde zonsopgang en -ondergang. De eerste reden is dat de zon geen ‘puntbron’ is, aan de hemel heeft ze een diameter van ongeveer een halve graad. De tijdstippen voor de opkomst en ondergang van de zon worden berekend op basis van het bovenste topje van de zonneschijf, dat ’s ochtends iets vroeger verschijnt en ’s avonds wat later ondergaat dan het ‘centrum’ van de schijf.

    De tweede reden is het verschijnsel van de zogenaamde ‘refractie’ of ‘straalbreking’ – als stralen in een ander medium terechtkomen, veranderen ze van richting, worden ze ‘gebroken’. Denk bijvoorbeeld ook aan een rietje in een glas water. Hoe dichter de zon bij de horizon komt, hoe meer haar stralen ‘gebroken’ worden. We zien de zon dus nog boven de horizon, terwijl ze er in werkelijkheid al achter verdwenen is.

    … en meteorologisch

    Om het extra ingewikkeld te maken: voor meteorologen, die allerlei data met elkaar vergelijken, is het niet eenvoudig rekenen met seizoenen die elk jaar weer op een andere datum beginnen. Daarom beginnen de weerkundige seizoenen telkens op de eerste van de maand. Zo loopt de meteorologische lente op het noordelijke halfrond ieder jaar weer van 1 maart tot 31 mei. Alles zonneklaar …?

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Please enter your comment!
    Please enter your name here